De blanke Keniaan

Dollen met Iepke Seebregts (links) en Saskia Hoek (rechts) na de fotoshoot. Oogjes vallen al dicht…

Meestal leidden blessures tot nieuwe blessures. In dit geval volgde er echter een bijzonder kunstproject: een bodypaint in de stijl van de Omo-vallei, grenzend aan de marathonwinnaars producerende landen Kenia en Ethiopië.

De weken voorafgaande aan de marathon, leek het vrijwel onmogelijk dat ik deze nog zou kunnen lopen. Door de blessure aan mijn enkel kon ik met moeite op twee benen staan, want zelfs dan deed de rechterenkel al pijn. Toen ik zag dat Gekleurd Naakt na een periode van uiterlijke rust weer een paar foto’s van bodypaints op zijn Facebook-pagina plaatste, begon het dus te kriebelen. En als het doel waar je zo lang naartoe traint weg dreigt te vallen, mag je best jezelf een beetje troosten, toch? Zodoende maakte ik met Iepke Seebregts en Saskia Hoek een afspraak voor een nieuwe bodypaint. Bij hen heb ik 2 jaar geleden al eens een bodypaint van een feniks gedaan en dat was een geweldige ervaring.

Het basisidee voor de paint was eigenlijk wel vrij snel klaar. Ik wilde iets met lopen en had al een hele tijd een prachtig boek van Hans Silvester liggen,  Natural Fashion: Tribal Decoration from Africa, met foto’s van bodypaints uit de Omo-vallei. Laat die vallei nu precies grenzen aan de grote hardlooplanden Kenia en Ethiopië. De tribale kunst uit de Omo-vallei is daarnaast ook erg mooi in zijn eenvoud: de kleuren zijn met natuurlijke pigmenten, meestal wit, geel en rood, en daarnaast gebruiken ze nog natuurlijke materialen als koolbladeren en bloemen in het haar om het geheel af te maken. Gezien mijn snelheid is dit de enige manier om blanke Keniaan te worden, dus dat leek me een mooie knipoog naar de marathon. En Saskia zag het gelukkig ook zitten. De datum voor uitvoering: 9 april, 2 dagen na de beoogde marathon.

In de tussentijd ging ik vrolijk verder met de fysiotherapeut om weer te kunnen lopen en deed ik braaf buikspieroefeningen voor de paint. Langzaam leek de marathon toch weer haalbare kaart, wat ik nooit had verwacht op die korte termijn. Het betekende echter wel een risico voor het paintproject. Een schuurplekje hier of daar, wat blaren en losse, blauwe teennagels, dat was de oogst na de vorige marathon. 42,195 km lopen betekent dat elk labeltje een wondje kan opleveren. En daarnaast is er 2 dagen later vaak ook een beetje stijfheid, wat niet bevorderlijk is als je langdurig moet liggen en poseren. 

Op marathondag heb ik daarom op hoop van zegen maar wat extra bodyglide gebruikt. Door de slechte voorbereiding en met hulp van Ramona den Toom was het starttempo ook wat verlaagd (goed tegen de stijfheid). En het werkte: vrijwel niks te zien en mijn lijf voelde nog zo soepel als dat van een lammetje zo lang het niet door de wei hoefde te huppen. Dus zowel de paint als de marathon leken te lukken.

Het mooie aan een bodypaintproject is dat het iets gezamenlijks is. Ik kom met een basisidee, een blank canvas – beetje gebutst door Lanzarote, Saskia en Iepke bedenken hoe ze vanuit die basispatronen een lichaamsbedekkend geheel kunnen maken en fotograaf Andrew Greening zorgt samen met Iepke dat ik de juiste houding aanneem en op de goede plek sta.

Foto: Andrew Greening

Het patroon lijkt op de foto misschien eenvoudig. Maar vergis je niet, het mag geen streepjespyjama zijn en de strepen moeten strak en evenwijdig lopen. Dat neemt dus wel aardig wat tijd. We begonnen rond 10.30 uur met de paint en waren pas rond 19.30 uur klaar om met de foto’s te beginnen. En al die tijd moest ik stilliggen of – tijdens de afwerking in het laatste uur – stilstaan. Een beweging en de lijn moet hoogstwaarschijnlijk overnieuw.

Het grappige is dat het eigenlijk helemaal niet zo moeilijk is om je dan volledig te ontspannen. Simpelweg alles loslaten. Het schilderen zelf voelt als een zachte massage aan en voor de rest kreeg ik weinig mee; met de vermoeidheid van de marathon erbij kon ik alles redelijk ontspannen en me terugtrekken in mijn eigen wereld. Gelukkig kunnen Iepke en Saskia ook goed een veilige omgeving scheppen, want je bent zo wel heel kwetsbaar met al je onvolkomenheden (hoge vrouwelijke taille, buikje, en zo verder) in volle openbaarheid. 

En dan is daar plots het moment dat ik weer moest gaan staan. De benen uitschudden. Op een verwarmde deken liggen was makkelijk, staan is een ander verhaal. Dan voelen de ledematen zwaar en de benen stram. Maar het is de enige manier om alles goed te verven. Ditmaal was de hele voorkant (ja ook daar) en achterkant geschilderd zodat Andrew alle hoeken zou kunnen gebruiken. Als je ergens op leunt, moet het gerepareerd of later ingevuld. 

Terwijl Iepke me verder afstreepte, was Saskia druk bezig een hoofdtooi te fabriceren. In eerste instantie moet ik zeggen dat ik de witte band niet zo passend vond in de spiegel. Het is geen natuurlijk materiaal en dat leidde me wat af van de foto’s van Silvester. Maar  in de eindfoto’s maakt het wel iets langer (lees dunner) en is het fraaier dan ik dacht

Het zwaarste stadium was net als de vorige keer het poseren. De bloedsuikers zijn dan al wat hoger (je verbrandt niet zoveel als je stil ligt) en in houding staan is lastig. Buik intrekken, precies naar een punt kijken, hand iets naar beneden, billen draaien, vingers en schouders ontspannen, het is net yoga. De fotosessie duurde nog zo’n anderhalf uur. Het bleek in de praktijk lastig om er echt beweging in te brengen, zoals bij een lichaam in loop. Uiteindelijk is het dus meer een soort trotse krijger geworden, maar dat vind ik niet erg.

Foto: Andrew Greening

Omdat ik twijfelde over de hoofdtooi, heeft Saskia nog een hoop tijd gestoken in een tweede variant met klimop uit de tuin. Die past beter bij het boek en geeft een heel andere sfeer. Om ook helemaal in het natuurlijke te blijven, besloten we bovendien nog een paar foto’s buiten te nemen. Dat was door de wind een stuk kouder dan gedacht, waardoor het actieve bewegingsdeel helaas verviel. Maar uiteindelijk is het wel de foto waarop ik het meest trots ben: de blanke Keniaan in de polder.

Foto: Andrew Greening

Blijkbaar was de paint nog iets te oorlogszuchtig voor de treinreizigers, want ik kreeg er niet een vraag over… Maar na de terugreis moest ik hem met pijn in het hart verwijderen. Normaal verdwijnt de verf dan vrij snel door het putje, maar dit keer was het wit wat hardnekkiger. Ruim anderhalf uur later was ik praktisch verfvrij. Al vermoed ik dat er een dag later nog wel wat streepjes in de oren stonden.