DNF: MST Winter Trekking 2019

Foto’s: Coen Schilderman

Geen medaille, geen certificaat: er zat niet veel meer in dan een etappe van 55 km uitlopen. En ja daar ben ik verdrietig om. Toch waren er ook mooie en leerzame momenten.

Het is 2 uur in de nacht en ik prik in mijn vinger. Heel bang dat het geluid anderen wakker zal maken, ben ik niet. De andere 30-40 man op deze zaal, zullen grotendeels dezelfde onrustige slaap hebben, waarbij ieder uur van de klok voorbijkomt. Verergert door het felle uitgangbordje en het feit dat de enige twee toiletten voor de 50 deelnemers en organisatie zich in deze zaal bevinden.

De bloedsuiker was te laag. De avond ervoor was door de adrenaline en het gevreesde tekort aan eten de bloedsuiker opgelopen tot 25,3 mmol/l (streefwaarde 6 mmol/l) en dat moest echt gecompenseerd om kramp te voorkomen. Dat tekort was er daadwerkelijk ook: 1 kopje soep met een schijfje stokbrood aan de vooravond van een weekend met 105 km lopen, is allesbehalve stapelen.

Weer een stukje voorbereiding dat niet lekker liep. Per abuis had ik ook al de zomerslaapzak mee – zat in de verkeerde hoes – een mijn trainingskilometers van de afgelopen weken waren door werkstress beperkt gebleven. Waar was ik aan begonnen? Kun je hier überhaupt voor trainen? Toch had ik er na een paar marathons, goed verlopen Airborne Freedom en soepele meerdaagse lopen – onder meer op Lanzarote – wel genoeg vertrouwen in om ja te zeggen. Om de uitdaging op te pakken.

Klaar voor de start

Om 6.15 uur werden we gewekt omdat het ontbijt in de slaapzaal was. Voor mij het teken om allereerst alle voeding te bereiden voor onderweg. Een beetje egoïstisch misschien, maar dat niet doen, kan tot grote problemen leiden met 1 verzorgingspost. In totaal maakte ik twee mixen met torq en drie met Generation Ucan. Vier flessen in het racevest, een om een half uur tevoren te nemen. En voor de rest zat het vest uiteraard vol met prikspullen, 1 liter gewoon water, nougat en gel. Plus de verplichte kit, waaronder verbanddoos en warmtedeken. Het was zo vol dat ik maar besloot een dunner regenjasje mee te nemen aangezien het slechts heel even zou regenen.

Als diabeet is de voedingsstrategie gewoon heel anders. Terwijl ik wanhopig mijn slaapspullen in de dropbag probeerde te worstelen, zag ik om me heen al halve broden op een enkel bord voorbijkomen. Mijn ontbijt: cornflakes zoals gewoonlijk, 1 fles Ucan (werkt niet direct) en 2 eenheden insuline minder dan normaal. Ik weet dat ik daarop rustig door kan koersen, als ik tijdens het lopen door blijf drinken. De lunchinsuline sloeg ik later op de dag uiteraard over.

Na het eten en de toiletten – inderdaad 2 op 50 nerveuze lopers – was het een lange wacht voor de start. Maar ik zag in gedachten al de finish, waar ik cola en chips als beloning in mijn tas had zitten. Om 8.37 uur – zonsopkomst – vertrokken we voor 55 km naar Beekbergen. Iets met regels van Natuurmonumenten en licht genoeg zijn in het bos.

Vuilnisbelt

Zonder Natuurmonumenten was dat bos waarin we startten er nooit geweest, vertelde de boswachter van de noordelijke Veluwe tijdens de briefing op vrijdagavond. Zo lang de mensheid groeit en welvarender wordt, gaat de natuur eraan (al zijn we zelf deel van het ecosysteem en is ook dit natuurlijk). Ook de Veluwe is ooit voortgekomen uit een probleem vergelijkbaar met het huidige klimaatprobleem. De vindingrijkheid en weerbarstigheid van de mens geeft hoop.

In een notendop: de bovenste laag van de Veluwe is afgegraven vanwege het ijzererts in de middeleeuwen (rond 1200). De omgeving rond Arnhem was toen wat het Roergebied nu is. Ook het hout – loofbomen – kwam goed van pas. Eerst voor houtskool in de smeltovens, vervolgens voor papier en schepen. In de 19de eeuw was het hout op, en bleven er stuifvlaktes over die je voor weinig meer kunt benutten. Vanwege de opkomst van de grote steden werd geopperd om het overschot aan vuil uit de stad dan maar in die vlaktes te storten. Natuurmonumenten is de protestgroep die dat voorkwam door de grond op te kopen. En die er later dennenhout op ging verbouwen – dat groeit goed op de arme grond – wat uitmondde in de Veluwe zoals we hem nu kennen: dennen, stuifduinen, heide, herten, everzwijnen en hier en daar een wolf.

De start vanaf ons verblijf in Hierden was in ieder geval prachtig. We liepen langs een beek met veel houten bruggetjes. Gelukkig lag er kippengaas op zodat de Superiors er netjes overheen vlogen. En het maakte de kou en de hagel ook een stuk draagbaarder. Onderwijl probeerde ik iets mee te krijgen van waar de boswachter over had verteld. Het lichaam ging echter snel op de automatische piloot. Wel jammer dat een ander feitje van de boswachter beter bleef hangen: de Veluwe is een heuvelrug, dus je loopt continu vals plat.

Your pace or mine

Een van mijn grote problemen bij langere wedstrijden is dat ik vaak snel start. Onrust, veel mensen aan de start, overschot aan energie en angst voor de eindtijd maken me soms echt een wilde hond. Op zich niks mis mee, mijn innerlijk kind moet ook kunnen spelen en eindtijd is niet belangrijk voor me. Maar voor een lange loop is het killing.

Met maar 50 deelnemers, verwachtte ik ook vroeg in de race alleen te zullen lopen. Zeker omdat er een aantal hele sterke lopers bij waren en ik zacht gezegd niet zo heel snel ben. Tot mijn verbazing liep ik de eerste 20-25 km toch wel redelijk met anderen mee, al was al gauw duidelijk dat ik mijn tempo niet op hen vast moest zetten. Daarom liet ik ze steeds na een paar kilometer langzaam weglopen. De bloedsuiker werkte ook goed mee. Ik hoefde nauwelijks extra te eten naast de Torq en Ucan en was feitelijk volledig zelfvoorzienend gedurende de etappe.

De softflasks in de voorvakken van het vest waren precies op bij de verzorgingspost op 30 km. Mooi wisselmomentje. Al stinkt door mijn onhandigheid het MST-tafelkleed nu een beetje naar Ucan orange, vrees ik. Gelukkig schoot een van de vrijwilligers snel te hulp om het onhandige rietje wisselen bij de softflask te vergemakkelijken.

Verbazing

Wat ik echt niet had verwacht bij de verzorgingspost, was om Remco en Inge te zien. Remco (nog bedankt voor de lift vanuit Zoetermeer btw) is normaal een stuk sneller dan ik, al had hij vooraf last van gekneusde ribben. Liep ik dan toch te hard voor mijn eigen kunnen? De hartslag was ook steeds zone 4,2-4,5…

Remco en Inge zaten er een beetje doorheen. Iets waar ik na de 27-28 km eveneens last van had. Dus af en toe wandelden ze een stukje – ik tot dan toe alleen voor een stukje nougat – en dan is een langzaam tempo doorlopen ongeveer even snel.

We wisselden de rest van de wedstrijd regelmatig stuivertje. Samen gingen we onder meer langs radio Kootwijk, over een zandverstuiving en door een stukje bos.

Na ongeveer een marathonafstand en wat nare stukjes mtb-track, besloot ik dat het tijd was voor een muziekje. Tot 40 km stonden de oortjes uit, en ik zat nog niet echt in het nieuwe audioboek.

Het tempo en de loopstijl verbeterden onmiddellijk. Maar ook de emoties van de afgelopen tijd kwamen omhoog. Ik moest onder meer terugdenken aan mijn schoonvader, en hoe die mij ophaalde na een race of dat hij trots was op een loop die ik deed. En aan mijn vrouw die het nog dagelijks heel moeilijk heeft met zijn overlijden. Mijn adem raakte er volledig van in de knoop omdat ik niet hard wilde huilen. Life is a mess. Maar ik was toch iets te trots om het te laten gaan, Remco en Inge zaten ergens achter mij en zouden zo weer voorbijkomen.

Aan de andere kant is het ook wel bijzonder dat dit niet gebeurt bij emotionele muziek, maar bij DJ Paul… Om het ritme weer te krijgen stond hij op de gedownloade lijst voor de marathon van Rotterdam. Ondanks de gemankeerde ademhaling zat er zowaar weer 6.45-7.00 min/km in.

Een dode fenix

Aan het lekkere tempo kwam echter een einde. Niet omdat het lijf het niet aankon. Eerlijk gezegd voelde ik me op ritme veel beter. De ingezakte loopstijl was weer rechtgezet. De reden was dat mijn horloge gps kwijt was. En als je de route puur op gpx moet navigeren, is dat een groot probleem.

Het viel me eerst op dat er geen aantal kilometer tot het einde meer in de display stond. Na de eerste 50 richtingaanwijzingen is dat de standaardweergave.

Vervolgens kwam er een afslag langs grote wegen die niet op de kaart van het horloge stond. Pas 100 m later zag ik de weg op het display. Navigatie herstarten, zelfs even een andere route pakken, herstelde de kaart niet. Stilstaan bracht de gps niet terug. Ik probeerde al mijn telefoon erbij te pakken, maar plots stond een drietal andere lopers achter me en daar kon ik bij aansluiten. Zij waren meer gewend aan wandelen en deden de route volgens de methode Jeff Galloway: run-walk-run. Niet omdat ze (mentaal) niet meer konden lopen zoals ik eerder, maar als strategie. En dan kun je behoorlijke resultaten neerzetten, mits je loopdeel snel genoeg is. Deze jongens deden het al vanaf de start.

Met hen ben ik een aantal kilometer verder gekomen. Het was best zwaar. Lopen ging harder dan ik gemiddeld deed. Wandelen – een belasting die ik niet getraind had – deed een beetje pijn, vooral aan de grote teen, en ik was er te koud voor gekleed.

Bij de laatste 7 km besloten ze de rest te wandelen (al hebben ze dat vermoed ik later teruggedraaid). Dat kon mijn lichaam niet zo goed aan. Dus nogmaals proberen en uiteindelijk de activiteit uitzetten, een stukje lopen, en opnieuw aanzetten om de Fenix gps te laten vinden. Het duurde even, maar het lukte. Al was het nu allemaal erg zwaar: de loopkracht was weg, de wil grotendeels en de kuiten deden pijn. De bovenbenen waren prima door de Nutritapes.

Finish

In die laatste kilometers kwam ik Remco en Inge weer tegen. En heb ik grote stukken gewandeld en ze weer laten gaan. Uiteindelijk finishte ik gelijktijdig met de run-walk-runners rond kwart over vier, ruim op tijd voor de 8 uur cut-off. Het was wel even slikken dat veel snellere lopers er toch ook nog 6,5 uur over deden. Dat is nog altijd een uur verschil, maar over mijn tijd op deze afstand mag ik als rookie niet klagen.

Wat was ik blij bij de boog te zijn. Mijn bloedsuikers waren ook nog goed (wat hoog door de langzame laatste kilometers: 9,0 mmol/l). Cola, chips, warme koffie en een heel lange, heel warme douche. Ik was rood als een kreeft toen ik er onder vandaan kwam.

De rest van de avond was ik echt doodmoe en rilde ik continu. Het was een moetje om de briefing en boswachter aan te horen.

De klok tikt door in de nacht

Dit keer was de overnachting niet in een grote ruimte, maar in een tent op een betonnen platform. Gelukkig lagen we met zijn vijven in een tent: met de slaapzakvergissing zou het anders echt koud worden. Dus ben ik in mijn extra warme liner, een fleecegevoerde tight, merino hemd, trui en beanie in de slaapzak gekropen. En sloot hem af tot het een minitent was.

Koud heb ik het niet echt gehad. Maar wederom tikten de uren voorbij. Opnieuw een nachtelijke hypo (alleen werkte de meter vanwege de kou niet). Pijn bij het doorslikken van mijn nachtelijk voedsel gaf aan dat ik te weinig dronk. En weer wachten op slaap. Hoogtepunten van de nacht: mijn dure sea to summit mat was plat en er was keiharde regen. Ik begon 4 uur ’s nachts echt te twijfelen of ik weer zou vertrekken.

Etappe 2

Tijdens de briefing waarschuwde Mark al dat het zwaarste deel de Posbank was. Precies na de verzorgingspost. Er zouden daar nog de nodige heuvels komen. Maar wel een heel mooi gebied, waar ik al diverse keren getraind had.

Ik zag er door de heuvels en brakheid tegenop, maar had vertrouwen en vier Nutritapes (ook op de kuiten nu). Ja, de enkels voelden wat pijnlijk, maar dat kon door het bewegingloos liggen in een tent zijn gekomen. Gewoon starten dus. En heel erg haasten om de start te halen. Want we startten nu al voor zonsopkomst omdat we nog niet in het officiële park waren.

De eerste kilometers gingen al zwaar. Ik merkte dat het tempo laag lag. Zo vroeg in de etappe al. Maar ik merkte vooral dat de loopstijl niet goed was. De stenen langs het spoor, modderig wegglijden in de bladeren, afdalen, over boompjes springen, het deed allemaal pijn. En iedere keer nam de druk op het onderstel toe.

Ik liep onzeker en erg langzaam toen ik werd ingehaald door Remco en Inge, bovenop een door bladeren bedekt pad. Het gevoel van de finish kwam weer terug.

Even later zag ik Mark op de fiets rijden over een iets lager gelegen weg die minder glad leek. Er liepen ook een paar anderen bij (de laatste lopers?) en Mark had het erover dat de paden na een klein sluisje weer bijeen zouden komen. Ik pakte iets eerder de afslag naar het steviger pad dat eigenlijk niet helemaal volgens de route was, maar de anderen gaven een vrijbrief.

Het sluisje passeerde ik vlak daarna. Mark coachte er net iemand overheen. Het was een plank breed, met een grote val naar het water ernaast en met een stuk metaal erop waar geen Altra schoen op blijft staan. Wat was ik blij dat ik eerder afsloeg.

Tweeinuten later werd ik opnieuw door Remco en Inge ingehaald. Het bruggetje had hen op achterstand gezet.

De voetjes hebben het gelukkig wel overleefd. Geen blaartje.

Mijn tijden bleven langzaam, maar de pijn was nog dragelijk. Tot ik Mark voor een laatste keer groette na een wegoversteek en een singletrack omhoog moest nemen. Het pad was nat, maar niet heel erg modderig. Toch stond ik als Bambi te glijden over het ‘ijs’. Mijn heupen deden pijn, mijn enkels waren min of meer stabiel, maar de linkerknie hield het voor gezien en ik had niet de kracht om te corrigeren. Stukje wandelen: de pijn bleef. Stukje lopen: praktisch onmogelijk. Met nog 43 km te gaan, waarvan het zwaarste nog moest komen, was het zinloos om door te gaan en de pijn en problemen te vergroten.

Even twijfelde ik nog of ik door zou lopen om te zien of het zich weer zou herstellen. Maar wanneer komt de volgende wegkruising? Ik liep terug naar waar ik Mark had gezien en belde eerst mijn vrouw op voor steun. Vervolgens de organisatie. Ik zou ze tegemoet lopen, zodat ze me sneller op zouden kunnen pikken.

Wandelen langs de weg – 500-600 m – bleef pijnlijk. De knie was duidelijk overbelast, ik stelde me niet aan. Hard, maar die bevestiging had ik nodig.

Er zaten al twee andere geblesseerden in het busje, onder wie Collin die op de heenweg ook met Remco meereed. Hij is supersnel, maar had nog niet heel veel lange afstanden gedaan en wilde voorkomen dat een verrekking een blessure werd door door de pijn te lopen.

Ik rilde de hele weg naar het scoutinggebouw, en in het gebouw tot ik mijn tas had en warm kon douchen. Dankzij de ouders van een andere geblesseerde, kon ik terug naar het station met Collin. Scheeflopen door een tas was een crime, dus was ik erg blij dat Collin mijn zware tas tot in Utrecht stukken heeft gedragen.

Nawoord

Thuis aangekomen is het slapen en overdenken. Waar ging het mis? Slaap en kou spelen een rol denk ik. Door de vermoeidheid – ook iets te snel lopen droeg daaraan bij – werd mijn loopstijl slecht. En dat leidde tot eerst enkel- en later kniepijn. Om dat laatste te voorkomen, is het volgende keer toch vooral zaak om meer aan krachttraining te doen.

Bovenstaande leest misschien als een hoop ellende. Dat is nu even mijn gemoedstoestand: verdriet. Maar het was echt wel fijn om in een grote groep traillopers te zijn. Dat heeft altijd een toffe sfeer. Allemaal een beetje gek, open, gedreven, veilig, benaderbaar. En het gebied waarin we liepen is absoluut prachtig. Marc W. en Mark G. hebben een heel mooi en over het algemeen goed verzorgd evenement neergezet. Alleen die overnachtingen vielen zwaar voor deze prinses-op-de-erwt.

Eén antwoord op “DNF: MST Winter Trekking 2019”

Reacties zijn gesloten.