De Grote Vriendelijke RAT

Shirt verdiend.

Is 1.000 km in 4 maanden nu veel of niet? Na het voltooien van de GVRAT weet ik het nog steeds niet, het is zo’n ander type wedstrijd dan gewoon een dagje 40, 50 of 60 km lopen. En wat doe ik met de anderhalve maand te gaan?

Al meerdere keren heb ik op het punt gestaan om een volledige post te maken over de Great Virtual Race Across Tennessee (GVRAT) waaraan ik meedoe. Het is een wedstrijd van 1.022 km – de doorsteek van de ene naar de andere kant van Tennessee – die je tussen 1 mei en 1 september moet afleggen en ik ben er dus al een tijd mee bezig. Maar eerlijk gezegd: ik ben een beetje bijgelovig waar het wedstrijden aangaat. Zelfs als alles netjes op schema gaat, wil ik het lot niet tarten.

Afgelopen zaterdag heb ik dan eindelijk de 1.022 km gehaald. Samen met Ramona op een 25 km trail door Oostvoorne. Dat nu juist die trail niet helemaal verliep zoals verwacht, pastte goed bij de wedstrijd. Omdat Ramona last van haar rug had en niet helemaal gemotiveerd was door de hitte, hebben we een groot deel van de route gewandeld. Dat sluit goed aan bij de wedstrijd, waar zowel hardlopen als wandelen tellen. Immers, bij een ultra wordt ook veel gewandeld. En het maakt de wedstrijd zeker niet veel lichter: je doet er wandelend wel twee keer zo lang over en dat is qua motivatie zwaar.

Lazarus Lake

Voor mij kwam de GVRAT op het juiste moment. Ik had behoorlijk genoeg van de beperkte afstanden die ik sinds maart – de start van de lockdown – liep om het immuunsysteem te ontlasten. Jezelf uitdagen voor een lange periode zag ik ook wel als probleem. Toentertijd was al duidelijk dat wedstrijden er een hele tijd niet in zouden zitten (de kleinere lijken nu wel door te gaan). Maar plots kwam daar deze race, georganiseerd door de legendarische race director Lazarus Lake (oftewel ultraloper Gary Cantrell), die ook de van documentaires bekende Barkley Marathons organiseert. The Race that eats its young.

Op het eerste gezicht lijkt GVRAT bij lange na niet zo bruut als de Barkleys. Om uit te lopen, hoef je enkel 1.000 km – en klassiek bij trails 22 uit de naam missende extra kilometers – af te leggen in 123 dagen. Dat is maar 8,3 km per dag (ruwweg 5 mijl). Cantrell zelf zou deze allemaal wandelend gaan doen. Zelf wilde ik een mix hardlopen en wandelen. Met een dagelijkse lunchwandeling zit je snel op 3-4 km en de overige kilometers zouden hardlopend geen probleem zijn. Maar natuurlijk zit er ook een wedstrijdelement in: hoe snel kan ik de afstand afleggen en/of hoe ver kan ik komen?

Al snel bleek dat de meeste mensen gedurende de race de lat verlegden. Toppers hadden al in een paar dagen een volledige crossing gedaan, en er was al snel besloten dat meerdere crossings of een 1.000 mijl in dezelfde periode voor wat extra peper konden zorgen. Om te zien of je op schema ligt, zijn er gieren. Ik blijf erbij dat buzzard – doorgaans buizerd – de verkeerde naam is voor deze beesten, maar in Tennessee is dat hoe ze gieren (vultures) noemen. Zo is er nu een RAT-buzzard, een BAT-buzzard (Back Across Tennessee), et cetera. Op een gegeven moment vermenigvuldigden ze zich sneller dan konijnen.

Ultralopers houden nu eenmaal van getallen en er werd en wordt dus van alles gevisualiseerd in de belangrijkste hulpbron van deze wedstrijd, de bijbehorende Facebookgroep. En op de website VacationWithoutACar, waar je je progressie in Google Maps kunt terugzien. Uiteraard gevolgd door vele Streetview posts van mensen die hun virtuele zelf op spookachtige plaatsen zagen overnachten.

Trailfilosoof

Vrijwel iedere dag was in de Facebookgroep ook een post van Cantrell te vinden. Over zijn eigen voortgang en foto’s uit de omgeving. Als coach, om ons op te jutten. Met filosofische overpeinzingen. Echt een genot om te lezen en het is niet verwonderlijk dat enkele uitspraken het tot t-shirts schopten.

Mijn favoriet is ‘The old wolf hunts with the teeth he’s got‘ over hoe we onszelf niet te veel moeten vergelijken met anderen. We moeten er het beste van maken naar eigen kunnen en daar trots op zijn. Een klein citaat:

There came a day for me, as there comes a day for every athlete, when the comparisons became a little more cruel. The years added up, and they did to me what they do to every athlete. The runner I could not compare to was me. The me that was still young and strong and on the way up. I could no longer even dream of doing the things I used to do. We are lucky as runners. In other sports there comes a day when you can no longer play. We still get to play, but we have to understand where we are in life. Our days of leading the pack are a thing of the past. The old wolf has to hunt with the teeth he's got.

There is a gift that we get from this understanding. We can see so clearly what we missed when everything revolved around records and victories and championships. We see all around us that every wolf hunts with the teeth he's got. There are great performances all around us that we never saw before.

Keihard werken

Wie denkt dat Cantrell zacht is geworden door de ouderdom, kan het wel schudden. Een groot deel van de posts bevat ook een waarschuwing: dat we vooral niet moeten denken dat het al over is, dat we nog een tandje bij kunnen zetten, het klassieke coachingverhaal waar de jaren 80 sportfilms uit de VS op zijn gebaseerd. Een mooie tegenhanger komt bijvoorbeeld uit het bericht dat ik kreeg na het afronden van de GVRAT:

Since you finished the RAT behind the 1000 mile buzzard,
i dont need to tell you that she is feeling pretty confident.
there was some buzzards hanging out at the local honky tonk last night, and that 1000 buzzard was talking some serious trash about you….

En ook hier heeft Cantrell helemaal gelijk. Het blijft keihard werken. Zonder al te veel moeite had ik de deadline van 1 september waarschijnlijk ook wel gehaald. Als ik maar elke wandeling registreerde. Maar ik wilde meer. En haalde in de eerste maand zo rond de 400 km.

Om die afstand te halen, moest ik wel echt uit mijn comfortzone. Het betekende toch praktisch elke dag lopen, hooguit 1 dag per week niet. Aanvullen met lange wandelingen van 8 km. En ontzet zijn als je een extra challenge wilde doen, waarvoor je toch twee rustdagen wilde hebben. Want dan heb je toch dagen van vrijwel 0 kilometers.

Ik heb er veel van geleerd. Het zijn eigenlijk niet die lange wedstrijden die de kilometers erdoor trekken – immers die rustdagen – maar het gaat om relentless forward progress. Elke dag kleine stapjes brengt je sneller naar de finish. Net als in een 1-daagse ultra is te hard van stapel lopen aan de start geen goed plan.

Ook het vrijwel dagelijks lopen ging erg goed. Daardoor durfde ik het ook vrij makkelijk aan om de uitdaging van het Krijtlandpad aan te gaan (100 km in drie dagen) en daar heb ik extreem van genoten. Iets dat ik ook in de groep kon delen. Mijn omgeving en inzichten hielpen anderen, net als ik door hun foto’s geïnspireerd raakte. Alledaagse omgevingen bekeek ik met andere ogen.

Dipje

De vakantie was voor mij echt het moment om lekker veel kilometers te maken. Maar er volgde ook een dip op. Even wat minder geplande uitdagingen – andere challenges namen in aantal af naarmate er meer mogelijk leek onder coronarestricties – en met de lange lopen leek de finish van de GVRAT ook wel in zicht. IK begon het ook zwaarder te vinden, vermoeid te raken. Twijfelde even hoe verder te gaan.

Dit zie je zelfs terug in mijn rusthartslag die iets hoger werd de afgelopen dagen. Mijn VO2-max, in het begin van de wedstrijd gestegen tot 50, daalde eveneens terug naar het oude niveau.

Voor de liefhebber van cijfers heb ik alle wandel- en loopkilometers vanaf het begin in een spreadsheet bijgehouden, zodat je mooi van dag tot dag kunt zien hoe het ging:

Maar de cijfers geven niet alle mooie momenten weer. De prachtige lopen die ik eerder heb beschreven op dit blog. Mijn wandelingen rond het huis. Hardlopen in Zeeland, met kleine dip (later volgt hier nog een vollediger verhaal over waar dat toe leidde). Mijn witte ‘shirt’ (oftewel de verbranding waar iedereen om moest lachen). De ontdekking hoeveel Nederlanders en geëmigreerde Nederlanders er meedoen. De vorming van ons eigen team van type 1 diabeten binnen de race, die het ook nog best goed doet. Et cetera.

Spelen

Terwijl ik met Ramona naar de finish loop, lukte het me echter om volledig in het nu te blijven. Er is geen wens of verwensing over de snelheid, het is gewoon nemen zoals het gaat. Ook iets dat me door het vele lopen steeds beter afgaat.

En gewoon met een knipoog: spelen op de obstakels van het mountainbikepad. Kijken naar industrie tegenover het strand. Verdwalen omdat we niet langs een camping willen en beiden een iets andere kaart hebben. Een klein pad inslaan dat half overgroeid is, om vervolgens de achterkant van een verbodsbord tegen te komen als we het einde van het pad bereiken. Door Ramona gewaarschuwd worden dat ik die koe met rust moet laten omdat ze altijd al achter haar aan zitten. En tegelijkertijd gewoon vrijuit kunnen spreken (ok dat bordje is een grapje naar onze marathonavonturen waar ik niet mag kletsen).

Lopen is een levensstijl. We spelen en doen wat we kunnen. En we kunnen en willen verder. Op naar de 1.000 mijl. En met een beetje geluk willen Ramona en Simone weer af en toe mee om het makkelijker te maken.