Tjoek tjoek op de halve-zolen-lijn

Opnieuw twee etappes van het Hertogenpad. De grondverwachting: zand, zand, zand. Een uitdagende 46 km met besparingstips voor voeding om de bloedsuikers te stabiliseren.

Het was een zaterdagochtend, rond een uur of acht in de vakantieperiode. Wie gaat er dan in vredesnaam naar de Efteling om hard te lopen? Nou ik dus. De bus was halfvol, wat al een behoorlijke bezetting was, maar door het tijdstip hoefde gelukkig nog niemand naast een vreemde in de banken plaats te nemen. Dan had ik maar die vorige etappe moeten lopen, zodat ik mijn Hertogenpad niet bij de Efteling hoefde te beginnen.

Deze zaterdag stonden etappe 3 en 4 van het Hertogenpad op het programma. Ongeveer 44 km, plus die 2 km vanaf de bushalte bij de Efteling. En ook al wist ik dat deze etappe vooral uit zand zou bestaan, ik had er toch wel zin in. Zelfs het zweterig benauwde plakweer – eigenlijk niet beter dan lopen bij die 36 °C – kon het enthousiasme niet temperen.

Loonse en Drunense Duinen

Na een kort stukje door het bos, door de droogte bestonden ook die paden uit een toplaag van los zand, kwam ik dan eindelijk bij een van de grootste stuifvlaktes van West-Europa. Eindeloze duinen zonder dienders die er geld uit proberen te kloppen met onduidelijke regelgeving (zie De eindeloze loper).

Het mooie aan dit soort stuifvlaktes is dat ze vaak helemaal leeg zijn en dat ze aan een strand doen denken. Helaas was het de afgelopen tijd zo droog geweest dat de duinen wel heel zacht waren. Elke stap – zelfs in vlaklandende strandstand – betekende een beetje wegzakken. De eerste stukken heb ik dus vooral gespeeld met de camera en vervolgens probeerde ik vrij dicht bij de rand van het duin te lopen. Ook over de toppen is vaak beter lopen; daar is het zand meer samengedrukt.

Het was zeker nu wel handig dat de route op gpx was te volgen. Hoewel er zelfs op de duinen wel hier en daar een paaltje stond, was het echt zoeken. Sommige paaltjes waren bijna begraven onder de duinen, anderen vielen gewoon niet op. En ik was enigzins afgeleid door de lichtpaarse heide in de verte. Dit weekend kwam ik daar via de officiële route niet langs, maar een rondje Posbank – de mooiste heide in Nederland – stond voor het volgende weekend in de planning, dus een omweg op deze al lange route leek me niet nodig.

Loopparadijs

Waar ik bij de vorige route toch wel wat mopperde over het relatief hoge aantal verharde kilometers, kon ik hier echt mijn hart ophalen aan onverhard. De route was weliswaar niet langs de allerstijlste klimmetjes aangelegd, maar er waren genoeg stuwwalletjes om overheen te crossen.

Zelf krijg ik altijd zin om te spelen van dit landschap. Je loopt op een vlakke weg en overal om je heen zijn hoge dijken. Bedekt in warme bladeren in herfsttinten, hier en daar wat zand of aarde aan de oppervlak. En als toetje grote bomen op de top, die met de wortels bloot uitnodigen erin te klimmen. Het is dat ik 46 km op het programma had staan, anders zou ik hoogtetraining gaan doen.

De beuken voelen als een natuurlijke airconditioning, want opnieuw is het erg warm en benauwd. Maar als je eenmaal onder een beukenlaan loopt, lijkt de temperatuur zo een paar graden te dalen. Heel anders dan onder eiken of dennen.

Roestbruin

Opnieuw kom ik op een zandvlakte terecht. Het vreemde is, dat op deze vlakte een soort bruinig mos lijkt te groeien. Roestbruin, het doet enerzijds – vochtig – aan het eind van de winter en anderzijds – kleur – aan de herfst denken, terwijl het hartje zomer is.

De weg leidt naar de Grote Vlakte. Alleen liet ik me weer verleiden tot een prachtige steile zandafdaling, waardoor ik op een MTB-pad terechtkwam. Ik dacht dat ik daarmee nog op de route zat, maar al gauw bleek ik toch steeds meer af te wijken. De echte route ging over het hoger gelegen duin, ware het niet dat ik daar niet zo meer bij kon. Blijkbaar liep de lijn door het zand vrij dicht langs het MTB-pad. Het valt me steeds vaker op dat lijnen op de 5x gerust een meter of 20 naast het correcte pad liggen.

IJsen stellen

Nadat ik mezelf eenmaal had losgemaakt van de woestijn, volgde het dorpje Nieuwkuijk, het einde van etappe 3. Ik was wel toe aan een ijsje, maar de molen aan het begin van het dorp had al wel erg veel gasten… Dan maar richting kerk lopen, daar zijn vaak ook wel de nodige horecazaken. Tot mijn grote spijt bleken die echter allen gesloten rond de middag. Wat is dat toch in Brabant, dat je tussen 11 en 12 uur op een zaterdag niet zomaar een drankje of ijsje kunt krijgen.

Uiteindelijk ben ik toch maar naar de molen gegaan. Daar was gelukkig nog een plekje vrij. En het was in tegenstelling tot wat ik dacht gezien de luxe uitstraling, helemaal niet duur. Een euro of zeven voor twee flesjes cola light (ja, dorst) en twee bolletjes sorbetijs met slagroom. Probeer dat maar eens in Scheveningen.

Moerputtenbrug

Op etappe 4 had ik me enorm verheugd. Op internet had ik een foto gezien van een oude spoorbrug die – niet op de foto te zien – over een moeras zou lopen. Het zag er gelikt uit en boven een moeras lopen leek me ook wel wat. Wat voor planten en wildlife zou ik daar zien?

Dat de lijn in de volksmond de halve-zolenlijn wordt genoemd, maakt de voorpret alleen maar groter. Deze lijn tussen Lage Zwaluwe en Den Bosch was nodig om grondstoffen voor de schoenenindustrie te vervoeren. De bouw startte in 1888, maar uiteraard duurde het langer dan gepland. In een drassig watergebied kun je rekenen op overstromingen en muggenplagen. Uiteindelijk is de lijn in 1890 in gebruik genomen. Bijna 100 jaar later wilde de gemeente de brug laten slopen – de spoorlijn zelf was onrendabel geworden en opgedoekt – maar dit is gelukkig nooit gebeurt.

Na een stuk over paden met pijnlijk grote stenen, kwam ik dan eindelijk bij iets wat leek op de brug op de foto. Gele railing, spoorbielsen en een stalen plaat op de plek waar vroeger de trein reed. Was dit nou alles? Een kort stukje over iets wat leek op een sloot?

Teleurgesteld liep ik verder. En verder. Tot ik eindelijk bij de echte Moerputtenbrug – 600 m lang – kwam. Een imposante lengte over een groot ‘meer’ vol met waterlelies. Van verre zag ik ook een witte reiger die rustig aan het vissen was in het lage water.

Natuurlijk kon ik het niet laten om hier al spelend foto’s te maken. Die stalen brugplaten golven ook zo lekker als je er over rent. En het uitzicht is werkelijk prachtig.

Dat vond ook Runner’s World blijkbaar. Bert Pessink heeft een stuk geschreven over mijn team voor de Circumpolar Race Around the World en daarbij hebben ze de foto bovenaan dit artikel gebruikt. Toch wel tof dat ze dat deden, want daarmee kunnen nog meer type 1 diabeten zien dat ze met goede wil alles kunnen bereiken.

Opnieuw Den Bosch

Het lijkt intussen ook wel een gewoonte dat ik bij het lopen in Den Bosch uitkom. Er lopen nu eenmaal ook een heleboel verschillende wandelroutes door Den Bosch, een stad die echt midden in de natuur ligt.

De stad kwam ik binnen via het Paleiskwartier. De flats daar zijn bijzonder vormgegeven. Met hun bolle vormen en reflecterende aluminium voorkant, moeten zij doen denken aan de bolle zeilen van de Spaanse Armada. Of dat handig is gezien de geschiedenis van die vloot, is een tweede.

Ditmaal moest ik echter nog een stuk door de stad, richting Den Dungen. Helaas was dit voor coronatijd een wat minder goed stukje: de routemakers willen je ook wat van de roemruchte winkelstraten en de kathedraal laten zien. Dat had ik er vooraf eigenlijk af moeten snijden, want op zaterdagmiddag is 1,5 m hier praktisch onmogelijk. Om nog maar te zwijgen over snelheid maken.

De laatste kilometers gingen langzaam de stad uit door de weilanden en tussen metershoge planten door. Lange tijd met uitzicht op de muren van Den Bosch. Het is wel jammer dat na al die prachtige onverharde kilometers, het einde van etappe 4 een beetje een anticlimax vormt: een eenzame bushalte terug naar het Centraal Station. Ik kijk echter nu al uit om het pad te vervolgen, ook al waren de zandetappes vermoeidend om te lopen.

Voeding: Generation Ucan

Deze dag liep ik met een redelijk stabiele bloedsuiker. Desondanks waren er nauwelijks gelletjes nodig. Dat komt vooral doordat ik gebruik heb gemaakt van een zetmeeldrankje. Een die sterk lijkt op Generation Ucan, maar slechts een kwart kost…

In eerdere posts heb ik al regelmatig verteld over die Generation Ucan, een drinkoplossing gebaseerd op zogenoemd superstarch. Dat is gemodificeerd maiszetmeel dat langzaam de koolhydraten vrijgeeft en daardoor zorgt voor een heel stabiele bloedsuiker. Het verhaal begon een jaar of 20 geleden met Jonah, een jongetje met een bijzondere metabole stoornis waarbij glycogeen – de energieopslag in ons lichaam – niet in energie omgezet kan worden. Het gevolg is dat het jongetje elke 2 uur koolhydraten tot zich moet nemen om de bloedsuikers leefbaar te houden. Zulke shots zorgen voor pieken en snelle dalen in de bloedsuikers, en die zijn voor het lichaam erg vermoeiend zoals diabeten ook goed weten.

Dankzij een nieuwe methode om maiszetmeel te bewerken is in 2008 superstarch geproduceerd dat voor een stabielere afgifte van koolhydraten zorgt. Hierdoor kan Jonah zelfs de hele nacht doorslapen. En athleten die heel veel energie verbruiken, zoals Olympisch marathonloper Meb Keflezigi, zetten het sindsdien ook in om de pieken uit hun bloedsuikerspiegel te halen.

Klinkt prachtig en ja, het werkt echt, maar het is verschrikkelijk duur. Vandaar dat ik op internet ben gaan zoeken naar alternatieven. Het blijkt dat ongemodificeerd maiszetmeel vrijwel net zo goed werkt als Ucan. Eigenlijk niet zo heel verrassend: in de jaren 80 heb ik (als kind) in het Academisch Ziekenhuis Groningen nog meegedaan met een test naar het gebruik van maizena of muesli voor het slapen gaan. Inderdaad: het doel was een stabielere bloedsuiker in de nacht.

De opzet van de studie was niet helemaal ok, aangezien de verpleging net te weinig verstand had van het dagelijks leven van diabeten. De dagwaardes waren zodoende allesbehalve stabiel, waardoor ik niet weet of de test nog bruikbaar was. Als kind vond ik maizena ook best wel smerig. Maar het is veel goedkoper en het werkt wél. Vrijwel net zo goed als Ucan, zo blijkt uit eigen onderzoek van het bedrijf achter de superstarch. Ucan geeft een iets minder sterke piek (13 procent lager dan bij maizena en 57 procent lager dan bij glucose) in de bloedsuikers dan maizena, en het werkt iets langer door. Ten opzichte van de nuchtere basislijn was het bloedsuikerniveau na 7 uur 4 procent lager bij Ucan en 13 procent lager bij maizena. Maar dat is al heel goed en veel beter dan met gelletjes is te behalen. Als je net iets vaker een dosis neemt, is maizena vrijwel net zo effectief.

Zelf maken

Zoals ik al zei: zetmeel is best smerig en het lost ook niet heel goed op in water. Helaas heeft ook Generation Ucan die beide problemen; de smaakloze versie is niet briljant en onderin de softflask blijft vaak een laag superstarch achter.

Omdat Ucan meestal ook zouten (waaronder magnesium) en smaakstof bevat, is voor een goede test een kleine aanvulling nodig. Voor het gemak besloot ik een electrolytentablet van Nuun te gebruiken. Dat levert alle benodigde zouten en mineralen plus de smaak van fruit punch of watermeloen. Het was direct het duurste ingrediënt in mijn Ican, een tablet kost ongeveer 80 cent. Maar de prijs van 35 g maizena erbij en het kost nog altijd hooguit een kwart van de officiële Ucan per 500 ml water.

In de praktijk – in het geniep heb ik al meerdere keren getest – werkt deze mix ook prima voor min of meer stabiele bloedsuikers. En eerlijk gezegd, vind ik mijn Nuun-variant nog beter te drinken dan Ucan. Net als bij Ucan heb ik hier aangehouden dat ik een half uur tevoren 500 ml drink, en vervolgens iedere 2,5 uur nog een serving. Het leuke is, dat dit mengsel door de Nuun-tablet ook beter de dorst lijkt te lessen. Zeker een aanrader dus, waar zowel diabeten als gewone lopers baat bij kunnen hebben.

Bij het aanmaken wil ik je nog wel een goede tip geven: doe eerst de Nuun oplossen en ga daarna schudden met maizena. Lost de bruistablet van Nuun niet goed op, dan kan het zijn dat zich druk opbouwt in je softflasks. Uiteraard kun je ook nog goedkopere alternatieven maken met limonadesiroop en een snufje zout.

Recept
1 Nuun-tablet
35 g maizena
500 ml water

3 antwoorden op “Tjoek tjoek op de halve-zolen-lijn”

  1. Dank voor de tip, ik ga het zeker eens proberen ( ben een slechte eter onderweg, maar NUUN drink ik graag)

    1. Leuk, laat vooral ook weten hoe het bevallen is. Belangrijk is ook de eerste dosis ongeveer een half uur voor de loop te nemen.

Reacties zijn gesloten.