Eindelijk de 100 km: de Indian Summer Ultra

Typisch grazende trailloper die langzaam doorwandelt met suikerbrood en cola van de verzorgingspost. Foto: Hans Stuurman.

Lang had ik het idee dat ik hier niet zou starten. Dat gebrek aan training me noodlottig zou worden. Of dat de hallucinaties van de vorige Indian Summer verhevigd terug zouden komen. Maar toen het weekend eenmaal kwam, vermande ik me en begon gewoon te lopen. 100 km lang.

De aanloop naar de Indian Summer Ultra ging niet van een leien dakje. Dat ik de afgelopen tijd hier niet zo heel veel heb gepost, heeft daar ook wel een beetje mee te maken. Mijn doel voor dit jaar was om een 100 km te gaan hardlopen. Daartoe schreef ik me direct in februari al in voor de Indian Summer Ultra en boekte direct een chaletje op de camping. Ook had ik het plan opgevat om als extra kans vroeg in het jaar de 100 km Leenderbostrail te doen. Die ging niet door vanwege een storm, wat al het eerste onzekere krasje was ook al deed ik hem alleen als extra kans. (En helemaal vergeten dat mijn deelname is doorgeschoven naar eind deze maand; als iemand nog een ticket nodig heeft, stuur maar een berichtje via FB of instagram)

In de zomervakantie kreeg ik het voor elkaar om hard te vallen en een rib te kneuzen. Door een dansfoutje even later, zat mijn rug wekenlang vast, wat lange tochten onmogelijk maakte. Dank aan de fysio voor het losmaken, maar daarna was het mentaal een kwestie van activeren om weer leuke routes op te zoeken. De laatste lange trainingen waren dus niet heel inspirerend gebaseerd op eerdere loopjes. Kortom: voorbereiding en vertrouwen waren niet helemaal optimaal, zullen we maar zeggen.

Op het werk kreeg ik helaas ook geen rustdag voor de ISU. Vanwege een promovendidag, moest ik direct na het geven van een presentatie door naar Drenthe. Positieve kant, en zeker punten waard op Bad Ultrarunning Advice: door iets over de wedstrijd te vertellen in mijn introductie, wist ik het voor mezelf weer een stukje tastbaarder te maken.

Danser of hardloper

De start van de Indian Summer was al om 6 uur ’s ochtends in het donker. Maar we moesten allemaal om 10 voor 6 in het startvak zijn van organisator Winfried, want hij had een hele show voor ons voorbereid. Vorig jaar werden de lopers uitgeleid met paarden, dit keer was er een balletdanseres om de trail wat sjieker te maken. Ergens wel heel toepasselijk, omdat ik dit en komend jaar best veel tijd dansend doorbreng of -bracht, waardoor het lopen er een beetje bij in schiet af en toe. Het wachten is dus tot Winfried komt met een 100 km met verplichte rave voor je medaille.

Traditiegetrouw startte ik redelijk achteraan. Wel probeerde ik vanaf het begin een redelijk tempo te hanteren. Dus niet direct langzaam wat veel lopers aanraden op lange afstanden voor negatieve splits. Zelf merk ik dat dat veel lekkerder werkt. Aan de start moet mijn lijf wat onrust kwijt, maar bovenal: als je lang loopt word je altijd moe. Als ik dus geen gebruikmaak van de snelheid in de eerste uren, ben ik na een aantal uur net zo goed moe en zal ik ook bij het lage tempo moeten wandelen.

De eerste kilometers zijn in het Drentse donker. Maar echt donker is het niet, aangezien de lopers nog vrij dicht bij elkaar zijn. Zelf loop ik achter een stel aan. Dat heeft zeker voordelen omdat je daardoor makkelijker doorloopt en in een beter verlichte omgeving bent. Maar ook wel een paar nadelen: boomstronken, takken en wortels zie je snel over het hoofd omdat die achter het lichaam van je voorganger schuilgaan. Daarnaast remde het stel vaak stevig af voor takken waar ik overheen zou springen. Dat maakt de loop wat nerveuzer.

Herkenningspunten

Dit jaar had de ISU een ander startpunt: Gasselte in plaats van Rolde. De bekende ronden van 87 km en 120 km zijn daarbij ook vervangen door een route van 100 km (een courante afstand waar meer vraag naar was). Maar omdat de route nog grotendeels door hetzelfde gebied gaat, zouden er toch bekende stukjes in moeten zitten van mijn solo 87 km ISU.

Het eerste herkenningspunt was het Nije Hemelriek. De vorige keer was dat ongeveer de plek waar de hoofdlamp uitkon. Nu was het hier nog echt donker, maar nog steeds goed herkenbaar. Al miste ik de prachtige blauwe kleur van het water van deze voormalige zandwinning wel.

Bij het Nije Hemelriek heb je ook de enige ‘serieuze’ hoogtemeters op de route. Een steile klim over een zandbergje. Het stelt in principe weinig voor, maar als je hem te snel oploopt, voel je deze heuvel wel. Voor mij was het een mooi moment om weer even los te breken van de stroom aan lopers en langzaam mijn eigen solostukje op te zoeken nu de schemer langzaamaan plaatsmaakte voor daglicht.

Wisselpunten

Mijn lampje heb ik nog een tijd aangelaten. De route was namelijk goed uitgepijld met oranje linten die een reflectiestreep bevatten. Met een klein lampje zie je ze al van verre, zeker met de Petzl IKO Core die het licht alle kanten uitspreid en reflectiemateriaal vaak ‘hard’ raakt (er kaatst meer licht terug van reflectoren dan bij mijn fellere Black Diamond lamp). Zonder dat licht heb ik al snel de neiging een vlaggetje voorbij te lopen. Om die reden had ik ook de Garmin op route staan, zodat ik direct bericht kreeg als het misging. Dat was gelukkig niet vaak. Ik denk dat ik in totaal 3 keer iets te ver doorliep, maar nooit meer dan een meter of 40.

Net op het moment dat ik de lamp had uitgezet, kwam de eerste verzorgingspost in zicht. Het was een schapenstal die van binnen erg donker was. Maar als je het eten zag was het echt een feestmaal: suikerbrood, krentenbrood, chocola, drop, sinaasappels, kaasstengels, chips… en natuurlijk cola. Eigenlijk de beste sportdrank die er bestaat. Koolhydraten, caffeïne en het helpt ook als je maag een beetje van slag is.

In dit geval was mijn maag nog redelijk als nieuw. Helaas startte ik met een veel te hoge bloedsuiker. Blijkbaar vreesde ik de race toch net iets meer dan gedacht. Ook wilde ik niet te veel insuline dicht bij de start. Maar het duurde ongeveer tot deze post voor ik iets hoefde te eten. Gelukkig leidde het niet tot al te veel verzuring. Wel tot extra inname van water dat er later in de race weer uit moest.

Het grote aantal auto’s bij dit verzorgingspunt herinnerde me eraan dat er ook lopers waren die de 100 km als team aflegden. Eerlijk gezegd heb ik daar weinig van meegekregen. Allicht gingen zij een stuk sneller dan de normale deelnemers en zagen we ze daarom niet. Daar was ik wel blij mee, verse lopers kunnen mentaal soms een dingetje zijn omdat je dan je eigen stramheid als erg gaat zien.

Inzakken

Na de post had mijn bloedsuiker wel weer wat meer aandacht nodig. Vooral rond een kilometer of dertig bleef deze snel dalen. En ik was dus een beetje tegen heug en meug aan het eten. Gelukkig is het op een lengte als deze geen schande om af en toe te gaan wandelen om rustig te eten. Al begon ik langzamerhand wel een beetje tegen de tocht op te zien. Nog geen 30 km in en al best veel wandelen (als de bloedsuiker te laag is, kun je niet hardlopen en in je hoofd moet je dat niet verwarren met vertraging door vermoeidheid… als de bloedsuiker weer stabiel is, ga je namelijk ook weer vlot verder).

Mentaal besloot ik daarom tot een iets andere strategie. De twijfels of ik het uit zou lopen, begonnen iets te veel de kop op te steken. Dus beloofde ik mezelf steeds toe te werken naar de volgende verzorgingspost. Tussendoor – de afstand tussen posten was zo’n 20 km – zou ik elke 5 km even checken hoe het ging en daarbij een paar honderd meter wandelen als het nodig was.

In de praktijk werd het mede door het eten steeds een stukje hardlopen tot het lichaam er even geen zin meer in had. Soms 2 km, soms 7 km. En daarbij wisselde ik regelmatig stuivertje met andere lopers die een vergelijkbaar probleem hadden.

Foto’s

Natuurlijk moest ik bij de fotograaf wel even een stukje doorlopen. Al ging het niet echt van harte. Erg gezellig zal het niet zijn geweest, maar ik ben blij dat er naast de tracker en Garmin nog fotobewijs is van deze monstertocht.

Wat me wel direct opvalt bij het zien van de foto is de reden dat ik deze tight eigenlijk apart had gelegd om weg te doen. Hij is een beetje versleten/doorzichtig geworden. Nu gebruik ik dit type tight (heb er een stuk of vier van) al heel lang, ik had er zelfs een aan tijdens het Run Forest Run trailkamp lang geleden, maar ik vind het toch triest om te zien. Als iemand een superlichtgewicht en form fitting alternatief heeft, hoor ik het graag. Dit is namelijk de beste tight om schuren te voorkomen voor mij, maar hij zit niet meer in de collectie. De seamless tight van Decathlon is een redelijke vervanger, maar te dik en sluit net iets minder aan in de liezen.

Nu het lopen wat rustiger ging, was ik ook iets eerder geneigd om hier en daar een foto te nemen. Mijn grote angst was eigenlijk dat ik de tijdlimiet niet zou halen. Dat zorgde ervoor dat ik tijdens de Leenderbostrail echt te veel op tijd concentreerde en mezelf voorbijliep. Hier was ik me zeker bewust van de limiet, waardoor ik wel als doel hield om continu te bewegen, maar tegelijkertijd zat ik in mijn hoofd bij het ‘in ieder geval de volgende verzorgingspost halen’, waardoor een foto makkelijker was. En er waren zoveel mooie paddestoelen in de bosstukjes die ik eigenlijk aan een collega wilde laten zien, dat ik ook wel even moest stoppen.

Hotdogs met bouillon

Met mijn watervoorraad kwam ik een heel eind. Op 40 km hoefde ik eigenlijk niets aan te vullen, dat zou ik wel doen bij mijn dropbag die op de volgende verzorgingspost lag. Maar waar ik wel een schreeuwende behoefte aan had, was zout. Ik voeg meestal geen zout aan mijn eten toe, maar nu voelde ik echt mijn lichaam hier naar snakken.

Het kwam mooi uit dat er warme bouillon was op verzorgingspost twee. Maar er dreef ook nog wat in: hotdogs. Je kon op deze post ook nog kiezen voor een broodje hotdog, dat ik beleefd afsloeg. Mijn maag en witbrood zijn meestal geen supercombinatie. Al was er dit keer een voordeel ten opzichte van de selfsupported ISU van 2020: op elke verzorgingspost was een toilet aanwezig… geen gedoe met eikenblaadjes dus.

Na elke slok cola voel ik weer behoefte om de motor even uit te laten razen. De verzorgingsposten hadden echt een verkwiekende werking. Was het ernaartoe lopen steeds een ‘hoe ver is het nog, Grote Smurf’, na de post zat er weer even een mooi stukje lopen in. Ik wijt het aan de cola. En aan mijn belofte om vanaf daar muziek te mogen opzetten. Dat hielp wel bij het aanhouden van loopritme (rave… harder…. techno… rave… harder…).

Cola was dan ook precies wat er in mijn dropbag zat voor bij de derde verzorgingspost (ik word nu eenmaal altijd blij van cola op de trails, dus was dit mijn oppeppertje). Maar goed ook, want ik zag daar geen fles meer staan. Alleen, ehm, hoe neem je het mee? Het flesje goot ik over in een van mijn softflasks. Ik heb ze drie keer geschud en ontlucht voor ik het aandurfde ermee te lopen. En toch zwol de fles op in het eerste stukje hardlopen na de post, waardoor hij snel weer ontlucht moest worden met een harde sis. Toch was ik er blij mee dat ik nu een aantal kilometer kon doen over mijn colavoorraad.

Vlak na de derde post was overigens ook het batterijtje van mijn Garmin al een stuk platter. Die kreeg dus ook even een infuus om door te gaan. Al was het best netjes voor deze oude Fenix 5x dat hij rond de 70 km nog 20 procent over had.

Herkenningspunten twee

Op een of andere manier leek de route dit keer wel iets minder af te wisselen. Misschien komt dat wel omdat het laatste stuk zo was ingericht dat er stukjes af waren te snijden als dat nodig was, mocht je de laatste 10-15 km niet redden. Toch was ik heel blij met het grote vlonderpad. Dat spelde de vorige keer voor mij echt de Indian Summer. Lariksen, felgekleurde struiken, en een brug over het moeras daarnaartoe. Dit jaar was de herfst nog iets minder ver, maar het moerasland blijft indrukwekkend.

Inmiddels begon ik me weer zorgen te maken over tijd. Maar eenmaal het horloge checkend, leek dat totaal niet nodig. Ik had tot circa 19.15 uur om de laatste verzorgingspost te verlaten – met pannenkoeken die ik net als de hotdogs afsloeg vanwege mijn maag – en was daar bijna 2 uur eerder. Dat betekende dat ik een 5-6 uur had om de laatste 20 kilometer uit te lopen. Rustig stukjes hardlopen en wandelen dus. De benen konden het hardlopen zeker nog aan, alleen ik had het wat moeilijker: ik voelde gewoon vermoeiing.

Dat het inmiddels donker werd en de wereld er daardoor wat eentoniger uitzag, maakte het mentaal niet makkelijker. De vele boomwortels waar ik mijn tenen tegen stootte en de bomen waar je limbodansend onderdoor moest in sommige gevallen, maakten dat niet beter. Ik merkte dat ik opnieuw behoefte had om samen op te lopen.

Het was dan ook fijn dat ik twee andere lopers tegenkwam die me zelfs nog een slokje cola aanboden. Samen hebben we nog een stuk gelopen, afwisselend hard en rustig, tot ik weer een wat langere pauze wilde. Toen ik even later weer aan het hardlopen was, zag ik net een loper voor mij die een paar meter verkeerd liep. Ik riep hem terug en zo ontmoette ik Petrus.

Wie zich mijn solo ISU nog kan herinneren: aan het eind van die loop begon ik licht te hallucineren. Ik kreeg het idee – je mocht immers niet buiten de wedstrijd om in het donker lopen – dat ik achtervolgd werd door de boswachter met een grote jeep. Onzin natuurlijk. Maar Petrus was geen illusie. Hij had problemen met zijn heup en wandelde richting finish. Nog een kleine 10 km.

Ik ben meegegaan want het maakte het laatste stukje een stuk fijner en gezelliger, en het hielp me ook door die donkerte aan het einde heen. Qua tijd zouden we het makkelijk redden en gezamenlijk konden we in stevig ritme doorwandelen. Uiteindelijk denk ik ook niet dat het qua tijd heel veel had uitgemaakt versus hardlopen met langzamer wandelen.

Samen kwamen we aan bij Winfried die ons opwachtte om ons met de overwinning te feliciteren. Het lijf was blijkbaar nog niet te moe voor flauwe grapjes. Technisch gezien is mijn Garmin namelijk voortijdig gefinisht: hij gaf nog 1 m aan op het spoor en op die plek… stond Winfried…

Afsluitend

Ik ben heel blij dat ik de 100 km af heb kunnen maken, daar had ik vooraf een hard hoofd in. ISU is een extreem plat parcours, waardoor de limiet van 17 uur ruim is. Maar vergis je niet: dit parcours kan door de platheid – meer repetitieve beweging – en de natte stukken behoorlijk uitdagend zijn, vooral in jaren dat het wat natter is.

Qua diabetes begon het slecht met hele hoge waarden. Dat kwam gelukkig zonder al te veel schade wel goed. Overigens bleken de waarden ook later op de trail regelmatig hard door te schieten om vervolgens weer terug te zakken. Dat effect later komt allicht deels door de wandelpauzes. Ik kon op het stuk tussen post 1 en 2 na in ieder geval zonder al te veel moeite hypo’s voorkomen en gewoon eten op de posten. Daardoor verliep het allemaal wat rustiger.

Hoe het zich verhoudt tot mijn virtuele 87 km in 2020? Eerlijk gezegd was deze 100 km veel gemakkelijker. Deels doordat ik tussendoelen kon stellen met de verzorgingsposten waar ik gelijk ook het eten bij kon stellen, maar deels ook doordat ik niet de hele tijd alleen hoefde te lopen. Daarnaast ben ik hier niet een keer geëlektrokuteerd door prikkeldraad op de route… de kleine dingen die het leven van een langeafstandsloper aangenamer maken…

nl_NLNederlands