Rijkdom op arme gronden

Was de Groote Peel ooit vooral belangrijk vanwege de turfwinning, nu is het een natuurgebied met een grote diversiteit aan vogels en insecten. Ik mocht het in alle rust ontdekken op de laatste drie etappes van het Hertogenpad (60 km).

Een grote blauwe libelle vliegt mee tijdens het lopen. Na een meter of 20 tot 25 haakt hij af om snel vervangen te worden door een klein koolwitje. Een paar meter verder is er dan weer een dagpauwoog. Ze wisselen elke zoveel meter stuivertje en zorgen ervoor dat ik niet alleen hoef te lopen door de Grote Peel. Gelukkig maar, want de eerste kilometers zie ik enkel graspaden en varens, geen andere mensen.

Eigenlijk was het de bedoeling dat ik direct na mijn uitstapje op de heide van vorige week verder zou gaan op het Hertogenpad. Bij het uitzetten van de route, kwam ik er echter al snel achter dat de eindpunten van de etappes na de eerste vier gelopen stukken vaak niet heel goed uitkwamen qua openbaar vervoer. Tenminste, niet als je in het weekend wilde lopen. Ik bladerde eerst nog even door om te zien of er een makkelijk stukje was. Toen zag ik dat er bij de Groote Peel een hele mooie route zou zijn, maar die route is grote delen van het jaar niet toegankelijk. Eerst is er het broedseizoen, dan een korte periode toegang en vervolgens komt het vogeltrekseizoen. Die laatste etappes bleken met OV redelijk bereikbaar en op dit moment was de Groote Peel net open… Na de Indian Summer zou het gebied weer gesloten zijn. Zodoende besloot ik eerst de laatste drie etappes van het Hertogenpad te lopen: van Heirath naar Roermond in 60 km.

Heirath

Ook al was het beginpunt van de route bereikbaar met het OV, het was wel in een dermate klein dorpje, dat de eerste bus pas rond 11 uur ’s ochtends vertrok. Gezien de lengte van de route, zou dit een latertje worden. Altijd spannend ook omdat het tijdstip vaak ook invloed heeft op de bloedsuikers.

Dat er geen busladingen toeristen in Heirath kwamen, werd me al snel duidelijk. De halte zat vrijwel midden in een weiland. De bewoners van de paar huizen bij de halte, keken dan ook vreemd op van zo’n mal uitgedoste loper in hun altijd zo rustige dorp. Weliswaar kwam ik een stuk verder een paar mensen met wandelrugzakken tegen, maar verder was het uitgestrekte leegte. Het hielp ook niet dat er een afgezette weg werd aangekondigd, waardoor ik mogelijk een stuk moest omlopen. In de realiteit was echter alles gewoon open, ook al was de afzetting officieel al ingegaan.

De Groote Peel

Na een lange aanloop over het asfalt, kom ik eindelijk bij een hekje Grote Peel. Erop zit een groot slot, zodat het gebied is af te sluiten tijdens broed- en trekseizoen. Het lijkt echter nog niet echt nodig. De eerste kilometers zie ik niemand. En juist dat maakt dit gebied zo aantrekkelijk voor vogels, waaronder hier zeldzame kraanvogels.

Het pad is een goed beloopbaare grasbaan door een veld met varens. Hier en daar zie ik een klein beekje, met zwart water, dat is ontstaan door de afgravingen. Vrijwel overal staan ook palen om de waterhoogte te meten. Voor het nog in dit gebied voorkomende hoogveen is het nodig om het waterpeil goed hoog te houden.

In het kort werkt het ongeveer als volgt volgens het Nationaal Park: dode planten vallen in de vennen en vergaan daar niet door gebrek aan zuurstof. Als de planten uiteindelijk het ven vullen en het oppervlak bereiken, is er sprake van laagveen. Op dat laagveen groeit veenmos, een plantje dat het goed doet op arme gronden waar voldoende water aanwezig is. Als het veenmos goed aangroet en het laagveen helemaal bedekt, heb je hoogveen. Op sommige plekken is de laag veenmos wel een paar meter dik, maar dat is ook in eeuwen ontstaan.

Hoogveen is tegenwoordig zeldzaam in Nederland. Het gedroogde hoogveen vormt namelijk een belangrijke brandstof: turf. Tot de opkomst van de steenkool was dit de belangrijkste brandstof in Nederland. Ook nu nog zie je de grote geulen van de turfwinning in De Peel, die tot 1984 is doorgegaan.

Kuddes

Een drukte van belang kon ik het zeker niet noemen in de Groote Peel. Maar nadat ik eenmaal een kudde hooglanders tegen was gekomen, waren er ook steeds meer groepjes wandelaars te zien. Inderdaad, ik zat nu dicht bij twee grote parkeerplaatsen en liep deels over de algemene route. Het deel door de graslanden dat een groot deel van het jaar is afgesloten was rustiger.

Helaas kon ik de route hier niet helemaal volgen. Ik had gehoopt op de Knuppelbrug over een van de door de turfwinning ontstane plassen te gaan, maar deze was dicht. Van een afstandje zag ik al dat de houten vlonders er niet heel florissant uitzagen. Wel jammer, maar er waren genoeg mooie zichten elders in het park.

Op sommige stukken voelde ik me zelfs Broer Konijn. Smalle paadjes overgroeid door bramen. Helemaal ongeschonden verliet ik het gebied niet, voor schone natuur moet je nu eenmaal bloeden.

Het drukste punt van de route, bleek een grote uitkijktoren. Zowel wandelaars als fietsers kwamen hier naartoe om te lezen over de geschiedenis van het gebied. Zelf deed ik ze verbaasd staan door enkel snel naar boven te klimmen en over het gebied te kijken. Qua tijd was een langere stop hier niet zo handig.

Rechte lijnen

Het laatste stukje van de eerste etappe is al in zicht als ik een hele grote rups tegenkom. Duidelijke geledingen, zwart met rood. Even denk ik dat hij heel bijzonder is – en dat is hij voor mij ook – maar volgens de determinatiewebsite van de Vlinder Stichting blijkt deze wilgenhoutrups vrij algemeen. Zo groot en nooit eerder gezien.

Als ik de Groote Peel eenmaal uitloop, kom ik opnieuw in een typisch landbouwgebied. De eerste stukken word ik continu nageblaft en prijs ik me gelukkig dat de honden achter grote hekken zitten.

Het gebied heeft wel zijn eigen schoonheid. Overal zie ik lijnen, rechte lijnen waarin bomen en opkomende gewassen groeien. Grassen, waar je kunt zien wanneer de zaaimachine naar de volgende laan gaat. Het artificiële van het landschap, geeft het ook karakter. Maar beton en asfalt loopt voor mij toch wat minder.

Oker

Echt blij word ik als ik weer een van de grote beekjes tegenkom die nog wel natuurlijk door het landschap kronkelen. Hoe meer ik erin loop, hoe meer ik verliefd word op het Leudal met zijn kneuterige bruggetjes, natuurlijke bos (meeste bossen in Nederland zijn productiebossen) en uitgesleten beekdal.

Vooral die gele aarde fascineert. Terwijl ik over de okeren heuvel wandel, zie ik in de beek beneden mij een wolf door het water springen. Sprookjesachtig, al zit dit model aan een hondenriem. Zelfs de industrialisering hier, in de vorm van de Sint Ursula watermolen, doet geen afbreuk aan de onwereldse setting. Ik ga hier zeker nog een keer terugkomen.

Roermond

De grote stad zou nu rap naderbij moeten komen. Nog maar een paar kilometer te gaan tot het Centraal Station. Maar eerst kom ik nog bij een indrukwekkend kasteel langs: Kasteel Horn. Dit is een prachtige ringburcht die mogelijk teruggaat tot de 10de of 11de eeuw. Destijds lag de burcht nog dichter bij de Maas die ik even later ook over moest steken om in Roermond te komen.

Van een afstandje lijkt Roermond een hele grote stad met zijn grote kerktorens die al ver over de Maasbrug zijn te zien. Dat het slechts een plaats met 46.000 inwoners is, verbaast me dan ook sterk. Lopend door het centrum lijkt het zoveel grootser, herinnerend aan een rijke, katholieke historie.

Het provinciale merk ik echter snel als ik vrij laat op het station arriveer. Het is inmiddels al half negen en eten is er niet meer te krijgen. Wat doet een hardloper dan? Een kilometertje omlopen naar de Albert Heijn op hoog tempo om zijn trein niet te missen, natuurlijk. En tegelijkertijd die grens van 60 km – ok, nu zat 58 nog wat me wel dwars – doorbreken.

Voeding

Door de late start, 11 uur, was mijn bloedsuiker al weer wat lager dan als ik binnen 2 uur na ontbijt was gestart. Uiteraard naam ik maizena een half uur voor vertrek, maar ik kwam al snel wat laag te zitten. Opgelost met een Snicker en een gel. Verder ging het heel netjes met de bloedsuikers. Halverwege heb ik nog een heuse Limburgse vlaaipunt opgegeten, daarnaast 2 maal 500 ml maizena en 2 maal 500 ml isostar sportdrank. Op die manier kon ik ruim 9 uur doorkomen met een redelijk vlakke bloedsuiker.

Eén antwoord op “Rijkdom op arme gronden”

Reacties zijn gesloten.