Wilde manen op de Mookerheide

De ene week is het -10 °C, de volgende +15 °C, maar de natuur schakelt snel. Een zonnig uitje op de Mookerheide, waar wederom een aantal Waypoints op me wachtten.

Als je haar groeit, is er altijd zo’n moment waarop het echt voor geen meter zit. Een deel hangt in je ogen, wat in elk weertype voor irritatie zorgt. Waait het, dan schuren je oogballen. Regent het, dan loopt het water er precies in. Is het zonnig omdat de temperatuur een 180 graden is gedraaid (nu ja, 25 °C verschil in een week), dan is het geen water maar prikkend zweet. En ja, mijn coronahaar zat tijdens deze loop precies op de ongewenste lengte. Vandaar dat een headband even onvermijdelijk was zo lang de kappers nog gesloten waren (en ook nu ze open zijn heb ik nog geen afspraak kunnen krijgen).

Opnieuw was dit overigens een erg verrassend gebied. Ik dacht vroeger altijd dat de Mookerheide wel bij Amsterdam zou liggen, maar dat was nogal een misvatting. In werkelijkheid mocht ik een stukje reizen langs Nijmegen tot aan station Molenhoek vanwaar ik direct in het natuurgebied zat. En waar het Maas-Niederrheinpad loopt, een streekpad dat Molenhoek als noordelijkste en het Duitse Wassenberg als zuidelijkste punt heeft.

Om de waypoints van de Viking Waypoint Challenge mee te pakken, was een route van een kilometer of 20 voldoende, maar ik besloot deze nog een beetje uit te breiden tot 30 km. Niet heel veel, maar met de weerswisseling heb ik meestal moeite. Gelukkig waren er volgens Komoot genoeg boeiende punten in de omgeving voor een kleine uitbreiding.

Steile start

Ik was het station van Molenhoek nog nauwelijks uit, of ik mocht direct de eerste heuvel al beklimmen: de Maasduinen. Hoewel ik vers vertrok, viel het toch tegen. Temperatuuracclimatie is echt een ding en zodoende stond ik niet veel later zwetend en met veel te hoge hartslag bovenop een duin. De enige keer eerder dat ik zo’n snelle overgang meemaakte, moet tijdens het Run Forest Run trailkamp zijn geweest. Destijd liep ik shirtless omdat ik begon te oververhitten bij 15-16 C…

Bovenop de duin loop ik door een aantal vreemd afgezette stukjes heide. Hier was vroeger de Heumense Schans, een verdedigingswerk in de vorm van een vijfpuntige ster. Het is dan ook een ideaal uitzichtpunt.

Natuurlijk was de duin zelf nog niet hoog genoeg en kon ik het uitzicht even later bewonderen vanaf een van de waypoints, een uitzichttoren. Die moest even beklommen. Wachtten tot de vorige beklimmers de wiebelige trap verlieten, vond ik dit keer allerminst erg. Even bijkomen van de warmte. Ik had inmiddels al spijt voor de keuze van een lange tight; bij vertrek uit Zuid-Holland leek het regenachtig, maar hier scheen de zon volop.

Sneeuw en ijs

Na een klein stukje heide, kom ik in een bos terecht. Waar op de heide nog kleine stukjes sneeuw waren achtergebleven, ondanks de hoge temperatuur, vind ik in het bos zelfs een vijver met een dikke ijslaag. Om het geheel nog iets onrealistischer te maken, staat hier ook een ‘sprookjesboom’. Een oude eik met een klein deurtje voor de kabouters. Uiteraard is ook dat een waypoint, dus mocht mijn bètacel even poseren voor het deurtje.

Even verderop was ik zelfs de weg even kwijt. Het bleek dat mijn pad niet heel veel in gebruik was, want het was deels nog bedekt in een dikke laag sneeuw. Zo dik dat je er echt nog in weg zakte. Gelukkig leidde het al snel naar een stukje bos met een meanderend beekje. Het bruggetje over het beekje is een van de punten. Maar daarna vervolg ik weer mijn eigen weg. Of die zo bijzonder was: geen idee, maar ik had af en toe het idee dat ik niet de enige waypointjagende trailrunner was, aangezien er een paar keer iemand rond de punten opdook.

Romeinse villa’s en vliegtuigen

De omgeving rond Nijmegen staat bekend om zijn Romeinse nederzettingen. Het is ook hier dat de grootste Romeinse stad van Nederland was gevestigd. Archeologen vinden nog regelmatig sporen en uiteraard laat de streek zich graag op dit roemruchte verleden voorstaan. Natuurlijk was ik daarom ook erg benieuwd naar de Romeinse villa en andere punten die ik op Komoot had gevonden. Ik weet dat het maar een draadmodel is, maar het is altijd fijn om te dromen over andere tijden. Met een bezem op je helm door de tuin van de villa lopen, hoe anders moet het er destijds uit hebben gezien.

Dan is de watermolen van veel latere datum toch een stuk minder indrukwekkend. Maar deze molen uit 1725 wordt nog altijd gebruikt om graan te malen.

Dat functionele geldt dan weer niet voor een kort uitstapje van de waypoints naar een vliegtuig uit de Tweede Wereldoorlog. Ook hier is het vliegtuig enkel een buizenframe op ware grootte van de Waco Glider, een zweefvliegtuig dat veelvuldig is ingezet tijdens Operation Market Garden. Echt goede foto’s van het frame maken lukt niet: een trainer met een grote bus gaat als een drillsergeant tekeer tegen zijn leerling bootcamper.

Afhaalterrassen

Waren er rond het vliegtuig en de Romeinse villa al relatief veel wandelaars, bij een Groesbeekse coffee-to-go stikte het van de fietsers en dagjesmensen. Dat toonde direct ook de absurditeit van de maatregelen goed aan. Op de bankjes en muurtjes rond het café waren meer mensen aanwezig dan er normaal op het terras zouden passen. Terwijl aan de tafeltjes op het terras nog enige mate van 1,5 m is vol te houden, is dat op de muurtjes waar iedereen nu op zat ondoenlijk. Vreemde tijden en het voorspelt wat voor als de zomer echt gaat beginnen.

Nu was het stuk ten noorden van Groesbeek sowieso drukker dan het zuidelijker deel van de route, dat ik zelf vanwege de bomenpaadjes eigenlijk mooier vond. Er waren vrij veel wandelaars en het gebeurde dan ook tot tweemaal toe dat mijn waypoint ‘bezeten’ was. Gelukkig konden de mensen er wel om lachen dat ik van een afstandje, met mascotteknuffel in de hand, een foto maakte. Voor de zekerheid vroeg ik bij een van die bankjes ook nog even na of ik echt de goede had. Het horloge gaf niet de hele tekst weer, maar op ‘Bankje Lou’ zat ook daadwerkelijk een plak ter nagedachtenis van ene Louise.

Langs de lijn

Niet alleen de mens was aan het genieten van de zon deze dag. Op een afstand zag ik twee wandelaars een tijd lang stilstaan op een bepaald punt. Natuurlijk werd ik nieuwschierig, dus ook ik moest even daar kijken. Wat bleek: de sneeuw was nog niet weg, maar de eerste rupsen kropen al wel rond. Voor de meeste rupsen begint het seizoen pas in april/mei, dacht ik altijd. Bij opzoeken blijkt het mogelijk om het plat beertje te gaan, een soort die als rups overwintert tussen augustus en mei en soms vroeg zonnend is te vinden.

Nog een paar punten en mijn tocht zit er al weer op. Helaas blijkt een van die laatste punten een beetje jammer. Het is een gedenksteen waar toevallig net deze dag alle afval was buitengezet in stinkende, gescheurde zakken. Met een dichtgeknepen neus zette ik de bètacel op het monument. Snel een foto en weer weg.

Als extra plaagpuntje: nog geen 100 m verder vond ik bovendien een veel mooier punt: een houten sprinkhaan op de oude spoorlijn van Nijmegen naar Malden. Deze lijn lag vrij dicht bij het huidige spoor dat me even later terugvoerde naar huis.