Schijnbaar dichtbij: rondjes om de vuurtoren

In plaats van mijn appartement op Ameland voor een tweede keer af te zeggen, besloot ik de Vuurtoren Trail op Ameland maar self supported te lopen. Hoe een 60 km trail 72 km werd.

Het shirt van de Vuurtoren Trail Ameland 2020, officieel verkocht als 60 km, ligt al bijna een jaar in mijn kast. Het was de eerste loop die vanwege corona geen doorgang kon vinden. Later in 2020 lukte het wel, maar toen kon ik niet, en de vervangende Graef Castricum Trail ging eveneens niet door. Onze waddeneilanden hebben misschien wel de mooiste natuur van heel Nederland en dus schreef ik me tegen beter weten voor 2021 opnieuw in. Wederom een teleurstelling, maar dit keer besloot ik mijn appartement niet af te zeggen. Juist in de sleur van thuiswerken en voor de avondklok van 21.00 uur binnen zijn, leek het me belangrijk dit door te laten gaan voor wat positieve energie. Dan maar self supported. Dat shirt moest ik toch ook een keer verdienen?

Broedseizoen

Dat ik niet de enige was, bleek wel uit de commentaren op de Facebookgroep Traillopers/Trailloopsters. Organisator Robin Kinsbergen (Cairn Trails and Adventures), waarschuwde ons wel: de route verspreidt hij nooit om de paden rustig te houden en omdat een deel van de route alleen mogelijk was vanwege speciale toestemming van it Fryske Gea (zeg maar de Friese natuurmonumenten). Vooral nu het broedseizoen net is begonnen. Dat Robin afspraken heeft gemaakt is ook de reden dat in dit geval mijn route niet helemaal open staat op Strava.

Gelukkig was Robin behulpzaam bij de aanpassing van de route. Na overleg met Fryske Gea, bleek dat het broedseizoen waarschijnlijk alleen bij Het Oerd tot problemen zou leiden. Volgens de natuurorganisatie was het niet verstandig om daar alleen te lopen, dat zou zelfs gevaarlijk zijn. Zodoende heb ik in die omgeving een klein stukje verlegd naar een fietspad. Basis als je eigen routes wilt maken in dit gebied: de officiële wandelroutes en grote fietspaden zijn niet afgesloten. Afsluitingen vind je meer op de kleine paden in duinen en kwelders die vaak niet eens op de kaart staan.

Goed voorbereid

Eigenlijk werkte ik al best lang naar deze trail toe. Al was het in februari meer in gedachten dan in fysieke training. Na de Veluwe Wintertrekking duurde het even voor ik weer uitgerust was en door de avondklok liep ik de afgelopen weken ook een stuk minder dan normaal. Wel dacht ik veel na over wat ik op het eiland zou aantreffen, welke kleding het beste uit zou pakken, of en hoe ik de officiële route kon gebruiken en hoe laat ik zou moeten starten in verband met avondklok en zonsopgang en ondergang.

Uiteindelijk bleek het weer aardig mee te vallen. Rond de 6 °C maximumtemperatuur op het eiland, geen regen, maar wel een stevige wind (windkracht 4) en verder bewolkt. Op een eiland blijft het echter altijd een schatting. Omdat wind bij lage loopsnelheden al gauw tot afkoeling leidt, besloot ik vooral daarop te richten: tights met windshield, een thermoshirt als basislaag en als enige laag daarop mijn trouwe Omm Kamleika jack. Die houdt de wind goed tegen. Een extra merino laagje zat wel in het racevest, mocht ik langer moeten stoppen, maar verwachte ik niet te gebruiken. Voor zandwinden ging een zonnebril mee. Als schoenen de Altra Superior. Voor strand heb ik liever niet te veel profiel en qua terrein verwachtte ik geen extremen.

Ondanks alle goede voorbereiding, inclusief ruim op tijd opstaan om de koffie zijn laxerende werk te laten doen, kon ik toch al na een meter of 700 rechtsomkeert maken. In gedachten was ik bezig met het parcours en de mogelijke uitwijkmogelijkheden. Ik herinnerde me de taxichauffeur die me een dag eerder naar het appartement bracht en die zei dat ze me desnoods van het strand konden oppikken met een jeep als het echt nodig was. Maar dan moet je ze wel kunnen bellen… en de telefoon, herinnerde ik me, lag nog op de keukentafel. Dat was mijn straf voor zonder muziek lopen vandaag. De eerste 1,5 km extra waren binnen.

20 mijl onder zee

De route begon heel eenvoudig. Een kilometertje door het dorp, vervolgens een klein bosje door en het strand op, een van mijn lievelingsplekken om zorgeloos de dieselmotor continu te laten draaien en uit te waaien. Vrijwel niemand is het met me eens, maar niks loopt volgens mij zo lekker als strand. Het vergt echter wel zijn eigen techniek, die sterk overeenkomt met chirunning: lichtvoetig, recht landen, hoge cadans. Geen afdruk achter proberen te laten is de kunst. Is het een beetje nat en goed stevig, dan heb je een mooie bodem met net wat vering en kan er weinig fout gaan. Is het zacht dan wordt het moeilijker: een klein beetje scheef landen en je graaft jezelf in met je schoenen.

Vaak loop je het beste rond de vloedlijn. In dit geval, besloot ik echter dicht bij de duinen te blijven, overeenkomend met de route. Het strand was erg breed en ik wilde niet per ongeluk een opgang missen. Dat betekende wel dat er veel meer zacht zand was en het tempo zodoende ook achterbleef.

Na het strand, volgde een mooi stuk langs een kabbelend pad. Inderdaad, zelfs op de zandgrond achter de duinen bleef behoorlijk wat water staan. Het had de weg veranderd in een klein beekje met een pad van een halve meter ernaast. Iets meer water en het waren weer koude voeten geweest.

Een kilometer of zes na de start begon het echte werk en mocht ik door de duinen. Het ging al direct goed met een pad dat volledig onder water stond. Hier begon ik toch te twijfelen over mijn schoenkeuze. Weliswaar is de Superior erg goed op het strand (geen groot profiel en dus veel oppervlak om op te landen), in de modder zijn ze werkelijk rampzalig. En het hield niet direct op. De volgende bocht bracht een groot ven. Met een vlonderpad. Maar waar was dat vlonderpad… goed kijken op de foto, ik loop er overheen.

Hallucinaties

Gelukkig voor mij ging het pad al snel over op een lange grasbaan. Hier was de Superior als lichte trailschoen weer echt in zijn element. Ook achteraf heb ik geen enkele spijt van mijn keuze gehad. Je kiest toch de schoenen voor het overgrote deel van de route, of bij technische trails voor het zwaarste gedeelte. Hier was de modder wandelend goed te doen omdat het maar hele korte stukjes van tientallen tot honderden meters betrof.

Op het grasland volgde weer een stukje strand en duinrand. Mijn lange haren wapperden onhandig voor mijn ogen. Het leek haast of ik nu, na een kilometer of 10-14 al begon te hallucineren; door het haar zag ik af en toe bewegende mensen en met vertrek op zonsopgang (ongeveer 6.42 uur) was dat wel erg vroeg. Het bleken dan ook voor het grootste deel strandpalen te zijn. Doordat de haren alle kanten uitgaan, denken je hersenen dat die stilstaande paal ook verschuift. De eerste helft van mijn tocht kwam ik gemiddeld slechts rond de twee personen per uur tegen, over het algemeen wandelaars. Het grootste aantal mensen dat ik zag, was van een strandzeilschool.

Groen, geel en de tinten ertussen

Dit pad was nog net herkenbaar. Een van de duidelijkere.

Bij de oversteek met het veer had ik het idee dat het best druk was op het eiland, maar die drukte was vrijwel geheel weggevallen in het landschap. Er moeten ook veel minder mensen zijn geweest dan normaal, gezien de lege camping en de vrijwel verlaten hotels waar ik langskwam.

In de grasduinen op het terrein van de camping – althans ik vermoedde dat deze daarbij hoorden – raakte ik de weg grondig kwijt. Nou ja, ik liep ruwweg in de goede richting. Maar waar was de weg? Hij begon als een heel smal baantje in het groengele duingras. Te herkennen aan net wat meer mos en een kleine kleurafwijking ten opzichte van de omgeving. Het pad volgend, bleek ik halverwege de verkeerde kant op te gaan. Na een paar keer heen en weer lopen zoeken, leek ik een vage lijn te hebben gevonden die net afweek van zijn omgeving. Maar steeds opnieuw bleek dat er te weinig mensen hadden gelopen om echt een volgbaar pad te creëren. Uiteindelijk besloot ik een lijntje te volgen dat per ongeluk via iemands achtertuin bij de weg uitkwam. 100 m gesmokkeld dus. Op dat asfalt kwam ik direct een andere loper met racevest tegen. Een van de slechts twee die ik tegenkwam op deze zondag.

Lussen

De route had ik vooraf gelukkig goed bestudeerd. Een lastigheid met trails in een smal gebied als Ameland – op veel plaatsen niet meer dan een kilometer of 2 á 3 waarvan de helft weiland – is dat je af en toe je eigen pad zult kruizen. Dat levert bij het volgen van een gpx soms verwarring op, zeker als de Garmin geen richtingaanwijzingen geeft. Dat laatste doet hij namelijk niet betrouwbaar in bossen en op andere plekken waar benamingen van paden zeldzaam zijn. Gelukkig wist ik dat ik hier eigenlijk altijd linksom moest. Dus op de heenweg langs het strand en op de terugweg door duinen en binnenland.

Het was af en toe wel frustrerend om de lijn terug op de kaart te zien. Vooral rond de Burenblinkert was een route waar heen en terug slechts een meter of 100 naast elkaar lagen. Ik kon zodoende het veel sterker glooiende terrein van de terugweg alvast voorbeleven. Met een een-na-laatste stuk strand, wist ik dat de makkelijke stukken snel op zouden zijn. Op dit strand, dichtbij de oostpunt van het eiland, waren veel grote schelpen en skeletjes van zee-egels te zien. Hier kwam vrijwel niemand ze oppikken, hoewel er een aantal jeeps van lokale bewoners voorbijkwamen.

Kwelders vol klei

De oversteek naar de andere oever van het eiland bracht me weer in een heel ander stuk natuur. Hier waren geen witte zandstranden, maar hele gladde klei met een dun laagje gras (opnieuw tot ongenoegen van de Superiors). Dit gebied was het stuk waar ik het voorzichtigst moest zijn qua natuur. Hier zijn de kwelders en moeraslanden, waar een deel van de vogelkolonies nestelen.

Kwelders zijn de gebieden buiten de dijken die op natuurlijke manier ontstaan door afzetting van zeeslib. Bij normaal water, is deze nieuwe landaanwas droog, maar er lopen wel allerlei stroompjes door en het is vrij nat en glibberig. Bij hoog water kan ze onder komen te staan, en door de effecten van dat zoute water ontstaat een bijzondere vegetatie. In de praktijk op de Vennoot: ik gleed een paar keer goed weg op stukken waar niet een klein beetje gras op stond. En bij paden, slijt dat bovenste graslaagje snel weg. Maar uiteraard hoor je juist hier die paden te respecteren. Niet alleen voor de dieren, maar anders zal ook dat kleine open stukje van deze gronden snel verdwijnen.

Duintoppen

Het gebied na de kwelder vond ik misschien wel het mooiste van de trail. Het was echt een kwestie van duintop op, duintop af, met prachtige vergezichten op andere duinen. Wat ook wel hielp: inmiddels stond er een – mager – zonnetje.

Helaas begonnen hier ook de voedingsproblemen. Na een kleine marathon voelde ik dat mijn bloedsuiker echt te laag was. Ik stopte even om drinkflessen te verwisselen en at wat. De Libre – door het zonnetje weer even opgewarmd – gaf me gelijk. Het ding deed het vrijwel niet op de hele route, dus tot nu had ik voornamelijk op gevoel gelopen. Dat het zwaarder ging, was voor mij een teken om weer te eten. De lege flessen had ik al eerder moeten wisselen, maar ik wilde het vest niet afdoen op de kleigronden.

Slechts een kilometer of 2 later, was het opnieuw raak. En 2 kilometer later weer. Ik werd zelfs een beetje misselijk en kreeg wat hoofdpijn door de lage suikers. Ik voelde me beroerd. Maar je moet toch door. Zodoende heb ik rond die 40-50 km veel gewandeld. Telkens als de suikers even beter waren, kwam de kracht terug, om vervolgens weer te verdwijnen. Eigenlijk de hele terugweg bleef het problematisch. Waarschijnlijk was ik gewoon te laat met een nieuwe dosis Ucan, die bij mij als basislaag functioneert.

Licht aan het einde

Langzaamaan begon de tweede helft van de race op te schieten. Het dubbele gebied bij de Burenblinkert was ik al voorbij. Ik liep weer door waterige paden en zag in de verte de vuurtoren al. Hoe kon de finish nou nog meer dan 15 km verderop zijn?

Dat bleek al snel duidelijk te worden. De paden wikkelden zich steeds vaker om zichzelf heen. Door bosjes, langs afgezette stukken en vennetjes. Die toren bleef staan op een afstand die nauwelijks leek te veranderen. Het baken van hoop werd langzaam een baken van ongeloof. Tot ik plots vrijwel oog in oog met de roodwitte strepen stond.

Het was niet eenvoudig om mijzelf en de toren tegelijkertijd op een foto te krijgen vanwege de groothoeklens van de GoPro. Stiekem voegde ik dus zelf ook nog een paar slingerpaadjes toe, omdat ik dacht dat de kansen daar beter waren. Maar eigenlijk was ik wel een beetje op qua energie en speelde ik met de gedachte om direct terug naar het appartement te lopen: 2 in plaats van de resterende 6 km.

Laatste loodjes

De laatste kilometers zag ik steeds weer beeldige landschappen. Door de foto’s en opnieuw de bloedsuikers, gingen die kilometers heel traag. Zo traag dat ik op het laatste stuk de Fenix nog bij moest laden aangezien hij 5 procent batterij aangaf. Gelukkig wist ik me nog wat te motiveren door de gedachte aan fish en chips bij de finish. Een half straatje verwijderd van mijn appartement was een viszaak annex snackbar. Eenmaal daar aangekomen, bleek ik toch teveel tijd te hebben verspild: ik was er om 19.05 uur en de zaak sloot om 19.00 uur. Er was nog wel iemand aanwezig die even de deur opendeed, maar helaas volgde de mededeling dat de frituur al was schoongemaakt.

Enigszins teleurgesteld ging ik zodoende naar de voorverpakte spekpannekoeken thuis. Klaar binnen een minuutje. Ook die smaakten prima na een kilometer of 72. Inderdaad, ongeveer 5 kilometer meer dan gepland. Deels doordat de paden veel meer slingerden dan op de kaart, deels doordat ik de weg kwijt was, deels door de telefoon die ik vergat en natuurlijk ook vanwege de foto’s.

Op zich voelde ik me moe maar voldaan. Wat me wel een beetje stoorde was de lage snelheid. Ik had niet verwacht heel snel te zijn, maar in plaats van 10-10,5 uur, werden het er ruim 12. Dat ligt onder meer aan het gebrek aan training sinds januari, maar vooral ook aan de eetperikelen. Er waren best veel momenten dat ik eigenlijk iets te laat at en daardoor slapjes was en nog meer voedsel nodig had. In totaal heb ik tijdens deze trail ingenomen:

  • 3 doses Generation Ucan (één vlak voor vertrek)
  • 1,5 flacon Isostar sinaasappel
  • 3 zakjes goudberen
  • 3 Snickers
  • 4 gelletjes, waaronder de onvergetelijke Torq Apple crumble