Brons: de ultieme medaille voor de loopmotor

Een prijs voor het lopen heb ik helaas nog nooit gewonnen en dat zal ook wel niet gebeuren. Dat betekent echter niet dat je de eigen prestaties niet af en toe in het zonnetje mag zetten. Een avontuurtje in bronsgieten.

Zonder onze uitstekende gluteus maximus, had de mens waarschijnlijk nooit zo hard kunnen lopen. De gluteus maximus, ook wel bekend als bilspier, is namelijk noodzakelijk om ons bovenlijf stabiel te houden als de knieën worden geheven. Deze spier is bij de mens ook heel anders en veel groter dan bij apen en dat geeft meer mogelijkheden voor flexie van heup en torso. Tijdens wandelen benut je de gluteus maximus eigenlijk relatief weinig op rechte stukken, maar bij klimmen en hardlopen – waar de heup meer omhoog staat en de landingskracht het lichaam samenbalt – juist weer wel. De evolutie van ons kontje is waarschijnlijk wat de mensaap tot duurloper maakte volgens Daniël Lieberman.

Een fascinerend gegeven, vind ik. Toen Bart Stok tijdens de veiling voor cursuscentrum Kasteel De Schans (zie ook mijn eerdere artikel) aanbood om een gipsafdruk van een lichaamsdeel te maken, was ik dan ook geïntrigeerd. Maar ik vreesde een biedstrijd en wilde ook nog die fotoshoot. Uiteindelijk kon ik toch nog een overeenkomst sluiten en even later wist Bart me er zelfs van te overtuigen dat het een veel beter idee was om in plaats van gips, brons te maken. Ik ben blij dat hij dat heeft gedaan. Niet alleen vanwege het eindresultaat, maar het was ook een fascinerend proces.

De afdruk

Het was een nerveus dagje. Niet zozeer omdat er een gipsen afdruk van mijn billen gemaakt moest worden als mal, maar omdat ik een absolute beginnersfout maakte wat betreft diabetes. Ik had mijn hele tas klaargemaakt en vergat toen op een of andere manier om de insulinespuit mee te nemen. Erg onhandig als je na een paar uurtjes in de trein rond lunchtijd arriveert. Ik twijfelde aan teruggaan, of zonder eten zien hoe het gaat, maar gelukkig bleek Bart te wonen op een terrein met werkplaats en huisjes voor artists in residence, en bleek bronsgieter Loek Hambeukers me een pen met insuline te kunnen lenen (geen Fiasp, maar andere kortwerkenden gaat ook prima).

Eenmaal bijgekomen van de stress, was het van mijn kant een simpele kwestie van 20 minuten stilliggen tot het gips uitharde. Dat gips bracht Bart aan met in stukken geknipte gipswikkels. Die maak je nat en plak je vervolgens op de huid. Gezien het gewicht en de droogtijd, was het beter om dat liggend te doen. Helaas, betekent dit wel dat ze dus iets platter lijken omdat er geen spanning op de spier staat. Maar mijn billen zijn groot genoeg om dat niet op te laten vallen voor de willekeurige bezichtiger van het beeld.

Het is ook een heel raar gezicht om vervolgens een negatief van je eigen billen op de tafel te zien liggen. Door de schaduwen in het witte gips, leek het trouwens haast wel alsof ze daar gewoon echt lagen: negatief werd haast positief. En het mooie is, je kunt alle poriën en oneffenheden van de huid nog in het gips terugzien, waardoor het ook echt leeft.

Op weg naar brons

Die eerste gipsen mal is maar een heel klein stapje in het proces. Om een bronzen beeld te maken heb je veel tijd, geduld en vaardigheid nodig. Het mooie is dat Bart mij steeds op de hoogte houdt van de stappen die het beeld ondergaat.

Nadat de mal is gedroogd, wordt het ‘achterwerk opgedikt’ (en bedankt Bart) met gips, zodat het wat steviger is en er een mal gemaakt kan worden. Hiertoe leg je eerst een laagje was op het gips om een mooie vorm af te bakenen en vervolgens smeer je er drie laagjes siliconen op en plaats je een steunkap van gips over de achterkant van de siliconen. Het resultaat is uiteindelijk weer een positieve siliconen bips die kan dienen als herbruikbare mal.

In de volgende stap gaat er weer een randje van was om de siliconen en leg je er een mengsel van gips en gravel overheen. Als deze gipslaag is gedroogd, is de negatieve mal af. Deze smeer je vervolgens weer in met was, vervolgens voeg je de giet- en ontluchtingskanalen toe en gaat het geheel in een bak met gipsgravel. Dat geheel moet meer dan een week in de oven zodat de mal uithardt en het was er langzaam uitsmelt en een holte voor het brons achterlaat.

Roodgloeiend brons

Alle tussenstappen gebeurden helaas op afstand, maar ik keek lang uit naar de dag dat het brons daadwerkelijk gegoten zou worden. Zeg nou zelf, hoe vaak krijg je die kans?

Het was maar goed dat de trein geen vertraging had die dag. Het verhitten van het brons – urenlang in een smeltoven – ging blijkbaar erg voortvarend en vrijwel tegelijk met mijn aankomst was iedereen klaar voor de eerste gieting. In beide gietingen zou een versie van mijn billen zitten; de siliconen mal in de werkplaats had in de tussentijd al tot de nodige hilariteit geleid onder de aanwezige dames. Oftewel, iedereen was benieuwd naar hoe dit uit de mal zou komen.

Die mallen van gips en gravel zijn heel kwetsbaar als ze uit de oven komen. Daarom stonden ze allemaal in een grote bak met aangestampt zand (Brusselse aarde), zodat ze niet uiteenvallen als het brons erin wordt gegoten. Bovenin hadden de mallen allemaal een gat met daarover een dun stukje krimpfolie tegen verontreiniging waar het brons in gegoten zou worden. Daartoe droegen drie mannen in brandwerende pakken met grote stokken – 1,5m is hierbij automatisch aangehouden – een zware kroes met brons. Een enkel beeld neemt al gauw een paar kilo op.

Het is verbazingwekkend hoe snel het gieten gaat. Een roodgloeiende massa stroomt uit de kroes, er komen nog een paar vlammetjes omhoog (het plastic?) en hup de mal is vol. Het afkoelende brons is overigens heel mooi: er zit een hele bijzondere gloed over.

Na een uurtje afkoelen en een lunch, haalden we de mal uit de emmer en kon het afbikken beginnen. Met een hamer je eigen bips te lijf, wie had dat ooit gedacht… Langzaam kwamen de vormen tevoorschijn, maar het was hard werk. Een paar tikken tegen de gietstangen hielpen ook om het gips los te krijgen van het brons. Tot slot was het een kwestie van schoonspuiten met een hogedrukspuit. Dat leverde al een heel mooi brons op: door het gipsgravel in de mal, is het brons zelf een beetje blauwgrijs van kleur, en onder het water gaf dat een diepe blauwe kleur.

Afwerken

Wie nu denkt dat het beeld al af is, helaas. In de laatste stappen, weer alleen uitgevoerd door Bart die er volgens mij echt extreem veel werk in heeft gestoken, moeten de scherpe randjes eraf, wordt het beeld bijgewerkt en maak je het klaar voor een sokkel of ophangsysteem, dan wel verwijder je de gietkanalen helemaal. Ook kan het beeld nog gepatineerd worden.

In mijn geval waren er twee beelden gegoten. De ene iets dunner dan de ander, omdat dat een bijzonder effect kan hebben qua randen, maar ook kan leiden tot gaten in het brons. Zelf had ik de dikkere versie vrijgehakt. Dat gaf voor mij uiteindelijk ook de doorslag om uiteindelijk voor die variant te kiezen, want het was nog best lastig besluiten.

Grijze en groene ‘zusjes’.

Na die keuze kwam de laatste stap: patineren. Door patineren (feitelijk verhitten) kun je de kleur van het werk nog iets aanpassen, het brons krijgt dan een groen laagje. Ikzelf vond de blauwgrijze kleur juist zo bijzonder. Het zusje, dat is achtergebleven in het atelier, is echter wel gepatineerd. In tegenstelling tot de mijne die een sokkel heeft, is dat beeld zo gemaakt dat het aan de muur kan hangen.

Inmiddels is het beeld thuisgebracht en staat het op de tafel. Ik moet nog eens goed kijken voor het beste plekje. Maar ik ben best trots op het eindresultaat. En ik ben inmiddels ook al aan het twijfelen over het zelf modelleren van een beeld. Het lijkt me ook heel mooi om een eigen werk om te kunnen gieten nu ik het hele proces heb gezien.