Maas-Niederrheinpad: branden tussen Swalmen en Roermond

Een semi-rustdag met een korte afstand van net geen 10 mijl. Hoe reageert het lijf na de 47 km een dag eerder? Langs de Maas naar Roermond.

Hoewel ik een beetje voorzichtig was na het kleine krampje in de linkerscheen na de vorige etappe, wist ik bij het opstaan direct dat dit een goede dag zou zijn. Het was echt weken geleden dat mijn lijf zo soepel aanvoelde. In de afgelopen weken was er steeds wel iets dat stram was, zo erg dat ik vreesde dat lopen er niet in zou zitten. Na tochtjes op de Me-Mover eerder in de week kwam het vertrouwen weer een beetje terug. Maar nu voelde ik me echt vloeibare energie. Klaar om te starten, maar wel in een eigen natuurlijke manier, in plaats van als opgefokt racemonster dat brult voor het stoplicht.

Toch zou ik me deze dag inhouden. Je weet nooit hoe het tijdens het lopen zelf zal gaan en ik wilde goed naar mijn lijf kunnen luisteren. Zodoende zou ik me vandaag beperken tot een korte route van bijna 16 km: vanaf de bed and breakfast naar Roermond langs de Maas.

Misschien vraag je je af: waarom nam je niet gewoon helemaal een rustdag om te kijken hoe het ervoor staat? Ik kan je verklappen, dat heeft helemaal niets te maken met geplande kilometerdoelen voor de Boucle du diabète of de Great Virtual Race Across Tennessee. Het is eigenlijk een noodzakelijk onderdeel als je gaat multistagen. Rust roest. Stoppen betekent dat je die soepelheid in de spieren verliest en juist wat strammer wordt. Geen goed idee dus en vandaar ook dit korte rondje.

Kastelen en ruïnes

De route heeft me ook zeker geholpen om niet te hard te gaan. Ik was Swalmen nog niet uit, of ik stond oog in oog met een tuin vol fantasiekastelen en Oosterse huizen. ‘Klein Madurodam’ lijkt een soort sprookjespark. Eerlijk gezegd heb ik geen flauw idee of dit nu op de officiële route hoorde. Omdat ik vanaf mijn accommodatie wilde vertrekken, heb ik de route van het Maas-Niederrheinpad een beetje aangepast. Eigenlijk vooral met het doel om de kasteelruïne zeker weten niet te missen.

Alle kastelen en ruïnes uitkijkend over paadjes slingerend door het heuvelland en grote boerderijen horen ook echt bij het Limburgse landschap als je het mij vraagt. Blijkbaar is de ruïne alhier ook zo deel van dat landschap dat hij zelfs bij dit mooie weer nauwelijks mensen aantrekt. Ook de ‘verboden paadjes’ die tot de ruïne zelf leiden, zijn nauwelijks betreden.

Het is overigens bijzonder dat er nog resten van dit kasteel Ouborch staan. Vermoedelijk is het al een ruïne sinds een brand in de 15de eeuw en zijn de stenen benut door de lokale bevolking tot in de 19de eeuw.

De macht van de Maas

Niet veel later sta ik op een promenade langs de Maas. Die is op dit punt erg breed, zo breed dat er meerdere eilandjes in liggen die je met een bootje vanuit de jachthaven van Swalmen kunt bereiken. Zo’n moderne promenade doet eigenlijk een beetje vreemd aan: op een enkel restaurantje en een handjevol huizen na, is dit echt rustig buitengebied.

Ondanks de rust, is dit gebied al heel lang bewoond, zo wordt ook duidelijk bij het Dionysiuskerkje een paar honderd meter verderop in Asselt. Het kerkje zelf dateert vermoedelijk uit de 11de eeuw, maar het bevat ook restanten van het verwarmingssysteem van een Romeinse villa die ooit in de regio moet hebben gestaan. Ik schaam me wel een beetje dat ik hier alweer stilsta voor foto’s, maar ik had dan ook besloten dat dit een rustige tocht zou worden.

Het verhaal van het dorpje Asselt wordt overigens nog hilarischer als ik een van de bordjes bij een grote boerderij lees. In de 9de eeuw viel het gebied onder de Frankische keizer Karel de Dikke die hier op doorreis ook in de Koningshoeve zou hebben verbleven. Later vielen de Noormannen het plaatsje binnen. Zou je niet zeggen als je het dorpje nu in alle rust ziet liggen, maar het onderstreept het belang van grote waterverbindingen als de Maas.

Asseltse Plassen

Ondanks wat de naam doet vermoeden, volgde de route niet simpelweg de Maas om rechttoe-rechtaan in Roermond aan te komen. Eerst moest ik weer een stukje inland om om de Asseltse Plassen te lopen. Die plassen zijn ontstaan als grindafgravingen, waardoor een schiereiland en enkele plassen bij de maas ontstonden. Het gevolg van dit waterrijke land: veel bloemen en veel libellen.

Regelmatig zag ik libellen met zwarte vleugels vliegen (weidebeekjuffers vermoed ik). Natuurlijk liet ik me ook hierdoor weer afleiden en probeerde tevergeefs een op de foto te zetten. Dat rustige lopen lukte in ieder geval wel.

Wat helaas ook direct opviel: dit gedeelte van het pad was wederom niet heel druk. Dat betekende in het geval van dit vruchtbare land, dat veel paden overwoekerd waren. Soms had ik ook niet eens een idee of ik nou wel of niet op het juiste pad liep, het gras stond kniehoog en af en toe liep daar dan een dunne lijn doorheen. Het pad dacht ik, en dat wordt vast wel beter, maar vaak liep dat ‘pad’ uit op een visstekje aan het water.

Verbranden

Met verbranden bedoel ik dit keer niet door de zon, want uiteraard had ik goed gesmeerd en was het relatief kort lopen. Nee, hoe verder ik kwam, hoe vervelender het gras. Omdat er nu ook wat bomen omheen groeiden, betekende dit dat er veel bloemen met daartussen brandnetels stonden. Dat laatste had ik pas door toen ik een heel naar naaldensteekgevoel aan mijn bulterige schenen had…

Het was onmogelijk op dit smalle pad de brandnetels helemaal te vermijden. En een lange broek had ik niet bij me. Inmiddels kon ik ook al bijna niet meer van de pijnlijk jeukende plekjes afblijven, terwijl het pad nog zeker honderden meters zou doorlopen.

Op de kaart van mijn horloge keek ik naar uitwegen, maar die waren er nauwelijks. Meer dan een kilometer omlopen, was een mogelijkheid. Na wat zoekwerk op de telefoon, vond ik ook hoe de weegbree eruit hoort te zien (een echte natuurkenner ben ik niet) en verkreukelde ik een paar blaadjes om over de pijnlijke plekjes te wrijven. De omlooproute leidde me gelukkig wel langs een stel mooie paarden, wat het humeur weer korte tijd opvijzelde.

Onderweg

Moeheid telt geen kilometers op, maar af. Het maakt eigenlijk niet uit of je nu 10, 30 of 100 km loopt, vlak voor het einde is het gemakkelijk om de motivatie een beetje te verliezen en te gaan sloffen. Vooral nu ik eenmaal de grenzen van Roermond naderde en langs een saai industrieterrein (kilometers asfalt) werd gestuurd. Erg jammer.

Om de motivatie weer iets te vergroten besloot ik maar naar een podcast te gaan luisteren. Mijn hardloopboek over Mimi Anderson’s run across America avontuur leek me niet zo’n goed idee, als het over zware onderdelen van wedstrijden gaat, of zelfs blessures, demotiveer je jezelf alleen maar verder. In plaats daarvan besloot ik te kiezen voor ‘Life’s a Beach‘, het supercampy virtuele reisprogramma van Alan ‘Chatty Man’ Carr.

Zo bereikte ik uiteindelijk al lachend de binnenstad van Roermond. Snel ging het niet, maar dat lag gelukkig geenszins aan pijntjes. Die had ik – op de brandnetels na – de hele weg niet gevoeld. Wat was ik daar blij om. Ik keek zelfs al uit naar de volgende etappes die ik zou gaan lopen, wederom naar Roermond toe.

Volgende etappe: Herkenbosch-Roermond.

Over de route: de route van deze dag is een iets aangepaste versie van etappe 18 (kaart 54-56) van het Maas-Niederrheinpad.

Vanwege de lengte van het verhaal heb ik besloten dit in vijf delen op te breken:

2 antwoorden op “Maas-Niederrheinpad: branden tussen Swalmen en Roermond”

Reacties zijn gesloten.