Leenderbos Trail: meer dan een goedmakertje

52 km pure trailfun op de grens met België. En je portret op de aanplakker voor de volgende editie. Hoe het voelt om een ultra uit te lopen.

Wie mijn blog over de Wintertrekking heeft gelezen, weet misschien nog hoe teleurgesteld ik was dat ik de race niet kon uitlopen. Dag 1 met 55,89 kilometer ging goed, maar op de tweede dag deden mijn knieën teveel pijn om door te lopen. Deels door het primitieve nachtje op de betonvloer, denk ik. Maar wie denkt dat ik de Leenderbos Trail alleen deed als goedmakertje voor mezelf, heeft het echt mis.

Al op 19 augustus schreven ik en Ramona ons in voor de 50 km van de Leenderbos Trail. In eerste instantie gingen we alleen voor de Marathon van Gent, maar ergens tijdens de voorpret besloten we ons op te geven voor een wat langere afstand. Ondanks dat trailen voor Ramona relatief nieuw is, durfde ze het wel aan. Ik geloofde er na tig trails zowaar ook in, zeker omdat Leenderbos qua terrein niet heel uitdagend is (hoogtemeters nihil, ondergrond goed te doen), de omgeving wel mooi is en de limiet met 9 uur ruim ligt. En zo werd de marathon van Gent onze training naar de eerste ultra.

Dat we samen gingen, hielden we lang het geheim, Ramona wilde geen druk van buiten. De eerste loper die het hoorde was Simone, die zich prompt bij ons aansloot. Ook voor de eerste ultra. Maar niets zo veranderlijk als loopverslaafden anonymous. Ik schreef me in voor de Wintertrekking na het overlijden van mijn schoonvader. En haalde een twijfelende Simone over om toch gewoon voor de Dice te gaan. Gelukkig hebben ze me tijdens de trail niet al te veel nagedragen dat ik de aanstichter van hun ultra’s was…

Pijntjes

He oliebol! Tijdens de Oliebollenloop in Gorredijk. Mijn ‘pacer’ heeft de rode trui met lange mouwen.

Dus in plaats van vers te beginnen aan een spannend avontuur in het Leenderbos, waren Simone en ik 2 respectievelijk 3 weken van tevoren al ‘ontmaagd’. Gelukkig beschouwen we alle wedstrijden tegenwoordig als training voor een volgende uitdaging.

Het rare van trailultra’s is dat je de dagen erna weinig pijn hebt. Ik voel me nu zelfs beter dan voor de loop. Na de Wintertrekking had ik wat pijntjes en krampjes in mijn enkels en voeten – de bewuste knie was na een week niet te zwaar belasten voorbij. En in het kader van rusten, had ik de eerste week na de Wintertrekking alleen wat op de Me-Mover gefietst, de tussenliggende week wat gelopen, en de laatste week alleen een kort oliebollenloopje vlakbij mijn schoonmoeder dat ik rustig zou lopen.

Rustig, totdat het een groot evenement bleek, waarbij we met 800 man over een fietspad werden geperst en ik het benauwd kreeg van het niet in mijn eigen pas lopen. Ik ging stukjes over het gras lopen, zigzaggen en wat er ook maar nodig was om tot een rustig plekje te komen. Uiteindelijk vond ik mijn match in iemand die een mooi vast tempo had en vergelijkbaar liep. Maar ja, wel op 5.05-5.10 min/km wat niet helemaal de bedoeling was. Wederom een momentje van ‘niet heel verstandig’ voor een trage loper als mij.

Groene familie

Foto: Wouter van den Berg

Bovenstaande foto was het originele drietal dat de Leenderbos Trail 50 km zou lopen. Jammer genoeg heb ik geen betere van ons drieën van deze trail, Ramona was nu eenmaal een beetje snotterig, maar dat hield haar niet tegen.

Uiteindelijk stonden we echter met een veel grotere groep RMD-ers aan de start. Nadat Frank zijn interesse toonde, besloten we de geheimhouding op te heffen. Zodoende stonden we met zijn zessen aan de start: ook Saskia – ‘loop nooit meer een trail‘ – en Wouter gingen mee. Een gezellige club om te lopen dus.

Your pace or mine

Foto: Saskia uit den Bogaard

Ik moet wel toegeven dat ik in het begin een beetje huiverig was om de groep verder uit te breiden. Van Ramona en Simone weet ik dat we qua loop heel goed op elkaar kunnen afstemmen. Frank en Wouter zijn eigenlijk een stukje sneller, en dat kan op de lange afstand opbreken. Bij de Airborne was ik dan wel eerder binnen dan hen, maar ik startte toen ook vroeger en liep behoorlijk op vermogen om de cut-off te kunnen halen (6 uur voor 44 km met 400 hm). En dit keer waren Simone en ik al niet dagvers en wilden we Ramona rustig laten genieten van haar eerste ultra. In werkelijkheid denk ik overigens dat Ramona als enige echt serieus heeft getraind, en ons sowieso eruit kon lopen.

Maar als groep liepen we eigenlijk heel rustig. Er werd veel tijd genomen op de verzorgingsposten en om onderweg bij te kletsen. Zodoende liepen we juist veel langzamer dan tijdens de Wintertrekking, waar ik kracht voor dag twee spaarde (55,89 km, 344 hm in 7u35 tegen 51,5 km met 338 hm in 7u15) en veel tijd verloor met gps-uitval en daaropvolgende mentale problemen.

Het was dit keer dus ook niet eerst uitdraven met rond de 6 minuut per kilometer, maar een redelijk gestaag tempo. Dat maakte vooral het stuk van de 30 naar de 40 km veel makkelijker. Maar op een gegeven moment kom je op zo’n punt dat het pijn doet, dat iedereen alleen nog maar loopt te mokken. Zo rond die 40 km. Of we het nu rustig aan doen of niet, die enkels gaan dan weer even opspelen. En dat, is denk ik vooral een mentale drempel. Ik ben ook benieuwd of je hier gewoon doorheen zult lopen op langere afstanden.

Speelgoed

Foto: Wouter van den Berg

Ondanks de relatief rustige start, had mijn lichaam wel even de tijd nodig om op gang te komen. Meestal duurt dit een kilometer of 10 op lange afstanden. Dan zijn de enkels nog wat stijf, moet ik wennen aan kou en opwarming en is de ademhaling niet helemaal regelmatig.

Even doen de single tracks me denken aan dat nare fietspad in Gorredijk. Wat ben ik blij weer bij een kleinschalig evenement in de natuur te kunnen lopen en mijn longen te kunnen openen voor het dennenbos.

Onderwijl zijn Wouter en Frank druk bezig met hun pas aangeschafte gps-apparaten. ‘Staat de koers over het pad?’ ‘Ik heb een hele dikke lijn?’ Als kinderen zo blij zijn ze met de nieuwe speeltjes om de gpx – de route is niet uitgepijld – te volgen zonder de handleiding te hoeven raadplegen. En ja, dat gaat steeds beter. Al wijkt het beeld af en toe een klein beetje af van de kaarten op mijn Fenix 5x en Simones 945. Ramona wil me ondertussen in het water gooien omdat ik haar de Fenix 5s zonder kaarten had aangeraden (veel kleiner dan de 5x en in werkelijkheid is de kaartfunctie best handig, maar toch wel beperkt). Eerlijk is eerlijk: we zijn nergens echt fout gelopen.

Oppepper

Foto: Wouter van den Berg

Met de navigatie hadden we het eigenlijk maar een paar keer echt moeilijk. Zo moesten we een paar keer over de afrastering bij weilanden om langs de slootkant door te lopen. Famous last words: ‘er is geen koe te zien, dat staat vast niet onder stroom’. Dat was de eerste schok bij een draad die we los konden maken. Met de draad slingeren tot iedereen door de opening was, en mijn geest in gedachten intussen een paar kilometer verder, was schok twee. De derde schok kwam bij een ander hek waarvan de draden niet open konden. Die was wel wat zachter, of is dat nu gewenning…

Voor mijn enkels was het stuk langs de sloot zwaar. De modder en het smalle ingesleten pad, voelde ik wel even. Liever loop ik langs de heidevelden die ook volop op deze route aanwezig zijn. Of het nu bruin is met wat gouden grassprieten erdoor in de winter, of fel paars in de zomer, de heide met haar zandheuvels en vennetjes blijft altijd trekken. En stiekem denk ik dan ook terug aan Drenthe, de heidevelden rond het huis van mijn ouders. De vele fietstochten en wandelingen met honden in Norg, Bakkeveen, Dwingeloo en Havelte. Wel jammer dat Brabant geen hunebedden heeft om het plaatje compleet te maken.

Krakende wielen

Foto: Wouter van den Berg

De eerste 35 km was de trail echt een smooth ride. Hier en daar een stopje omdat er gevlogd moest worden. Wat gemopper als Frank in zijn enthousiasme de clou van Saskia’s vlog te vroeg verklapt (ik hou het wel bij woorden, was toch al niet fotogeniek). Een verzorgingspost zonder bemanning. Opnieuw de eerste verzorgingspost met bemanning. En zo begon langzaam de fut er een beetje uit te lopen.

De gesprekken werden korter. We liepen langzaam iets meer uiteen. Als een trouwe herder probeerde Wouter ons weer wat bijeen te houden, maar we hebben het op dit punt zwaar. Gelukkig zou er bij 40 km weer een verzorgingspost zijn, die stond zelfs ingetekend op de handheld gps-en van Frank en Wouter.

We zagen een groepje mensen in de verte. Is dat hem? Nee. Vervolgens zagen we een overdekking die een logische plek zou vormen voor een punt. Maar ook hier geen verzorgingspost. Het is wonderlijk hoe erg dat na die afstand op je mentale vermogen inwerkt. Bij de Wintertrekking was er maar een post op bijna 56 km. Hier zou er praktisch iedere 10 km een staan. Zelf kan ik zonder post de afstand met gemak overbruggen. En toch, verloor ik een beetje hoop en bleef doorzoeken naar de post in de volgende kilometers. Voor Ramona – die extra water nodig heeft omdat ze snel oververhit raakt – betekende het zelfs een watertekort. Gelukkig had ik nog zeker een liter water en sportdrank bij me. Maar dit was echt het punt waarop het mentale protest begon, en alle pijnsignalen van het vermoeide lichaam werden versterkt.

Ultrashuffle

Foto: Saskia uit den Bogaard

Ongeveer 5 km voor het einde kwam dan toch nog een laatste verzorgingspost. We werden er enthousiast begroet en het vertrouwen kwam weer wat terug. Mijn loop was door Frank al een paar keer shuffle genoemd, maar op dat shuffletempo kon ik het vanaf daar wel redelijk uitzingen.

Voor Simone was het wel een beetje genoeg. De spieren waren bij haar nog prima maar de darmen hadden er geen zin meer in en daardoor was hardlopen pijnlijk. Voor mij deed wandelen juist weer pijn. Ik voelde me dan ook wel een beetje schuldig dat we niet helemaal samen uit, samen thuis konden doen.

Gelukkig kwamen we Tobias – de vriend van Simone – niet veel later tegen en kon hij haar dat laatste stukje begeleiden. Tobias hadden Simone en ik weten te strikken om ons in alle vroegte naar Leende te brengen. Door miscommunicatie bij de organisatie leek het namelijk even of we om 8 uur in het donker moesten starten, maar dat werd gelukkig 9 uur. Desondanks betekende dat nog altijd rond half zeven vertrekken voor Simone en Tobias. En vele uren wachten voor Tobias, die zelf de 12 km trail liep.

Bij de finish was het tijd voor het traditionele trailbiertje en high fives van Cor en Chris. Het zat erop, was makkelijker gegaan dan verwacht. En ja, Wouter, het voelt goed om nu onomstoten te kunnen zeggen dat ik een ultra heb gelopen. Al is dit natuurlijk nog maar een kids trail… Wordt zeker vervolgd.