Revanche: self supported Veluwe Wintertrekking

Een trektocht over de Veluwe van Harderwijk naar Arnhem in twee etappes. Een jaar geleden lukte het me niet, maar door corona was er geen officiële revanchemogelijkheid. Zou het me zonder ondersteunig wel lukken om in 2 dagen de meer dan 100 km af te leggen?

In december 2019 deed ik mee met de allereerste MST Veluwe Wintertrekking. Tot mijn grote teleurstelling werd dat een did not finish (DNF); de eerste 55 km heb ik uitgelopen, maar op de tweede etappe kwam ik niet verder dan 7 km vanwege pijn in mijn linkerknie. Wat had ik graag een revanche willen doen afgelopen december, maar helaas gooide ook hier corona roet in het eten.

Eind 2020 was ik zo druk met een werkproject bezig dat eigenlijk in december af moest, dat ik mijn vakantie zo veel mogelijk uitstelde en niet helemaal gelijk op kon lopen met Franny. In plaats van een week voor kerst, had ik daardoor de mogelijkheid om de eerste week in januari vrij te nemen. En dan zijn de vakantieaccommodaties erg goedkoop. Dat maakte een eigen self supporting Wintertrekking een aanlokkelijk idee. De grootste horde om te overwinnen was eigenlijk die DNF: als je alleen loopt, staat er immers geen busje op je te wachten bij problemen. Maar ik had wel vertrouwen gekregen door de eerdere grote projecten, en met een donsjas en telefoon voor een taxi, kon ik mezelf overtuigen het te gaan proberen. Dus boekte ik een accomodatie vlakbij het Exito, waar we de vorige keer verbleven, en kon de voorpret beginnen.

Grappig detail: ik was waarschijnlijk niet de enige die de wedstrijd miste. Net nadat ik alles had geboekt, kwam MST met een self supported Veluwetrekking-pakket. Ook daar zit een luxere overnachting in. De route is waarschijnlijk net iets anders – korter – en je zult zelf je bepakking mee moeten nemen naar de tussenlocatie en uiteindelijk naar huis. Voor sommigen heeft dat ongetwijfeld voordelen, voor mij met mijn eisen aan medicijnen en voeding is dat wat lastiger.

Planning voor een solo

Deze versie van de Wintertrekking had zowel voordelen als nadelen. Als je meegaat met een ondersteunde tocht, hoef je zelf minder na te denken. Je begint op punt a, loopt naar b en vertrekt daar de volgende dag naar c. Je koffers arriveren op b zonder moeite. Doe je het zelf, dan moet je zorgen dat je gemakkelijk met openbaar vervoer tussen de locaties kunt reizen. In dit geval betekende het dat ik de routes moest verlengen tot ik een station bereikte: de totale lengte werd daardoor 116 in plaats van 105 km. En dat het niet echt een trekking werd, omdat ik de eerste etappe omkeerde. Zodoende kon ik op beide dagen redelijk vroeg beginnnen en ’s avonds probleemloos terugreizen.

Een ander nadeel is dat je zonder support veel meer spullen mee moet nemen. Dat weegt ook wel wat. Extra kleding (donsjas: Montane Icarus, ca. 600g) om niet te verkleumen op de terugreis naar je accomodatie, en extra eten en drinken (3,5 l) dat je anders mee had kunnen pakken op een verzorgingspost. Uiteraard gaan ook gewone accessoires als de ehbo-kit en dergelijke mee.

Natuurlijk zijn er ook wel voordelen. Niet meer heel vroeg vertrekken. Niet wachten in de rij voor de toiletten of strijden om het eten met andere deelnemers. Minder tijdsdruk: enkel voor zonsondergang de natuurgebieden uit. En de belangrijkste: een goed bed in een warm huisje in plaats van slapen op een lek matje in de vrieskou op een betonnen vloer. Ik kon niet meer warm worden de vorige keer en dat in combinatie met liggen op een keiharde, koude ondergrond, was denk ik de belangrijkste reden voor mijn pijntjes waardoor ik dag twee niet verder kon.

Eerste etappe

De eerste etappe liep ik in omgekeerde richting, van Beekbergen naar Harderwijk. Daarbij was het mijn doel om eigenlijk alles zo veel mogelijk zonder lampje te kunnen afleggen. Maar de route was wel een kilometer of 8 langer dan in het origineel, dus vertrok ik rond een uur of acht in de schemering. Ik hield wel zo veel mogelijk de originele route aan, alleen aan het eind sloeg ik het verblijf van de eerste nacht in Hierden over: de afstand zou daardoor met nog een paar kilometer toenemen, waardoor in het licht terugkomen erg lastig zou zijn voor een trage loper als mij. Maar dat betekende helaas wel dat ik een prachtig stukje met beekjes aan het begin moest missen.

Wat was het heerlijk rustig op de vroege ochtend. In mijn eigen omgeving is het nu absoluut filelopen door corona: de hele dag zijn er groepjes wandelaars/hardlopers die hooguit 50 m van elkaar vandaan lopen door de Zuid-Hollandse polders. Zelfs als het regent. Hier duurde het ruim 20 km – tot bij radio Kootwijk – voordat ik de eerste mensen op dichter dan 200 m naderde.

In die eerste kilometers zag ik de wereld langzaam ontwaken. Sprongen er eerst nog wat herten heen en weer, of hier en daar een konijntje, bij de overgang van schemering in daglicht, verdwenen zij uit zicht. Kleuren en vogelgeluiden kwamen ervoor terug. Met name roodbruine bladeren en groene dennen trokken mijn aandacht.

Het is altijd bijzonder hoe anders een route eruitziet als je hem omgekeerd loopt. Dit keer begon ik op een stuk waarvan ik me misschien ook relatief weinig herinnerde, omdat ik daar de vorige keer al best moe was. De lanen waren breder dan ik in mijn geheugen had. Slechts hier en daar kon ik plaatsen herkennen waar ik weer samenkwam met de run-walk-runners en Remco. Op een of andere manier blijven die plekken toch beter hangen dan als je immer gerade aus loopt.

Mijn manier van lopen was dit keer wel heel anders. Weg was de angst om veel te laat aan te komen. Ook al had ik dan wel geen tijdslimiet van 8 uur, zoals tijdens de wedstrijd, ik moest toch voor donker in stedelijk gebied zijn. Maar de afgelopen maanden heb ik veel ervaring op de lange afstand opgedaan, dus maakte ik me daarover veel minder zorgen. Het betekende in ieder geval dat ik niet als een gek ben gestart. Of die strategie goed is voor de eindtijd, blijft nog altijd dubieus, maar het loopt wel veel relaxter.

Hyper-dag

Qua tempo ging het lopen wel lekker rustig. Toch voelde ik me niet heel goed. Ik merkte duidelijk dat mijn lichaam wat meer verkrampte, had een vieze smaak in mijn mond en gewoonweg dorst en tegenzin. Veel diabeten hebben bij die symptomen vast al door dat mijn bloedsuiker veel te hoog was. De sensor deed het niet, maar na prikken bleek het een uur na de start nog 18,9 mmol/l. Ruim een uur later nog immer 14,3 mmol/l. Het betekende dat ik niets bij hoefde te eten of drinken qua koolhydraten gedurende de eerste drie uur. Maar inderdaad ook dat ik me niet lekker voelde en dat de benen zwaarder aanvoelden, wat het lopen minder fijn maakte. Ik besloot het aan te kijken, uiteindelijk zou het langzaam weer moeten zakken. Vanaf 4 uur, de bloedsuikermeter deed het inmiddels ook niet meer door te weinig accu, ben ik weer begonnen met eten omdat ik vertraging door te lage bloedsuikers voelde.

Het vervelende aan diabetes is, dat een strategie niet elke dag even goed werkt. Ik deed in feite niets anders dan normaal en ben direct gestart. Daar kan het dus niet aan liggen.

Aanspraak

Ondanks dat we de vorige Wintertrekking met maar 50 lopers waren, heb ik destijds toch nog wel een aantal mensen tijdens het lopen gezien. Dat helpt vaak als je er even doorheen zit. In dit geval ging het lopen echter veel beter en was het ook niet echt nodig om anderen te ontmoeten. Toch was het wel leuk dat een fietser me nog even aansprak. Hijzelf kon inmiddels geen lange afstanden meer lopen, maar was wel geïnteresseerd in ultralopen. Dat geeft toch even wat afwisseling onderweg.

Pas op het eind van de route, terwijl het donker viel, begon ik het zwaar te krijgen. Eigenlijk niet zozeer vanwege de afstand of vermoeidheid, maar vooral omdat het donker werd en vrijwel de hele route tot station Harderwijk door nauurgebied ging waar je na zonsondergang niet meer mocht zijn. Grappig genoeg, leek het hier echter wel drukker dan elders. Er waren nog vrij veel wandelaars rond half vijf, twee mannen maakten zelfs een kampvuur op de hei, en ik kwam nog een heel groepje fietsende kinderen tegen. Zij zagen mij – inmiddels verlicht – als ‘woah een alien’ in mijn X-bionic pants en langeafstandsuitrusting met uitstekende rietjes aan de drinkflessen.

Uiteindelijk was ik blij om aan te komen in Harderwijk zelf, waar ik in een snackbar mocht wachten tot mijn eten klaar was. Tijdens het lopen merkte ik het nog niet heel erg, maar de temperatuur lag echt om en nabij het vriespunt en bij stoppen of wandelen koelde ik heel snel af. Zelfs met de donsjas kon ik bijna niet stoppen met rillen toen ik een half uur moest wachten op het station. Hoofdreden: ik had geen overbroek meegenomen.

Tweede etappe

De eerste dag ging me eigenlijk best gemakkelijk af. Maar dat viel ook wel te verwachten gezien mijn eerdere loopjes. De echte proef zou pas in de tweede etappe komen. De vorige keer stopte ik na 7 km en dat gaf tevoren al wat mentale stress. Gelukkig was ik nu veel beter uitgerust door het warme huisje met goede bed op mijn tussenlocatie. Dat ik bij vertrek nog begroet werd door een eekhoorn voor mijn huisje, gaf extra vertrouwen.

De start van de route begon bij de Loenense watervallen. Zelfs zo vroeg op de ochtend, zag ik daar wel een aantal mensen, onder wie bootcampers die daar trainden terwijl hun teckel in het stroompje stond. Erg grappig om te zien. Het was een voorbode voor de route, want naar Arnhem toe was het veel drukker op de paden dan in de richting van Harderwijk.

De vorige keer liep ik een heel stuk langs de stroom en moest ik later van oever wisselen. Dat wisselpunt was toen enigzins onduidelijk, dus besloot ik dit keer direct aan de linkeroever te lopen. Ik zag het een beetje als nachtmerrie om over een sluisje naar de overkant te moeten lopen, zoals ik de vorige keer zag gebeuren. Maar dat bleek achteraf ook niet nodig te zijn geweest. Blijkbaar was ik destijds op de tweede dag ook gewoon best gestrest, want zowel het sluisje als het water zag er nu een heel stuk minder intimiderend uit.

Het lopen zelf ging weliswaar traag, maar de spieren voelden eigenlijk best wel goed. Ditmaal zat de vertraging niet in stijfheid, maar vooral in moeheid. En in te lage bloedsuikers. Ondanks de hyper van de dag ervoor, had ik besloten om toch bij mijn voedingstrategie te blijven. Deze dag vertaalde die zich in een hypo binnen het uur…

Voorbij de parkeerplaats

Deze etappe liep ik in de correcte richting. Dat betekende ook dat er het fenomeen was van de herkenbare pijnpunten. Bij mijn tweede Rotterdam marathon had ik daar ook al last van: rond de 25 km zat ik de eerste keer heel laag en vond ik het moeilijk door te gaan. Die herinnering kwam weer boven toen ik dat punt passeerde en mijn lichaam dwong me daar ook in te houden en de bloedsuikers te checken. Op de Wintertrekking lukte het me niet echt snelheid te maken tot ik eenmaal de bewuste uitstapparkeerplaats voorbij was.

Daarna was ik eigenlijk ook wel benieuwd hoe de rest van de route eruit zag. Deze etappe was er een met vooral veel open heide, velden en verstuivingen. Grootse landschappen om helemaal in op te gaan. Dat betekende overigens niet dat er alleen over brede paden werd gelopen; juist hier zijn ook veel singletracks. Vaak mooier om te lopen, maar ook een beetje pijnlijk omdat mijn heupen net iets te breed zijn om er lekker overheen te lopen. Als iemand daarvoor technische tips heeft, hou ik me aanbevolen.

Voor een deel waren het ook bekende routes. Natuurlijk had Mark er al zijn favoriete Veluwemonumenten opgezet: de Posbank met zijn glooiende heuvels, de hoge trap naast het koffietentje en het paarse bruggetje mochten uiteraard niet ontbreken. Op een boomstronk verwisselde ik weer mijn softflasks, zoals ik ook in de zomer deed bij mijn heiderondje.

Wat me overigens opviel, was dat er dit jaar veel meer borden met rustgebied waren. Nieuwe borden, ook op enkele stukken van de route van vorig jaar. Ik heb sterk het vermoeden dat deze afzettingen het gevolg zijn van de toegenomen drukte in natuurgebieden als gevolg van de coronacrisis. Gelukkig voor mij, was het redelijk eenvoudig om hier omheen te lopen met behulp van het horloge. Even uitzoomen en er bleken vaak wel omwegen die slechts een paar honderd meter omlopen betekenden.

Dieselpower

Was deze tweede etappe nu echt veel zwaarder dan de eerste? Nou, het lichaam voelde wel goed aan. Maar de snelheid zat er niet echt in en ik was vermoeid en had continu te lage bloedsuiker. Op de zandverstuivingen bij de Koningsheide had ik het wel even gehad. Dat liep gewoon niet lekker. Voor de rest dieselde het langzaam door op een tempo dat ergens tussen wandelen en hardlopen in hing.

Ondanks dat de afstand veel korter was, was ik ook nu wel wat bezorgd of ik op tijd voor het donker uit de parken van Arnhem zou komen. Ik was deze dag een stukje later vertrokken omdat het maar 53 km zou zijn en daar begon ik door het lage tempo een beetje over te twijfelen. Gelukkig bleek ook hier dat het overal juist erg druk was bij het invallen van de schemering. Er liepen veel hondenuitlaters in de parken, dus voor mij zou het ook geen probleem zijn.

De wegen rond Arnhem voelen inmiddels ook al heel bekend aan. Het is een van de fijnste/bereikbaarste trainingsgebieden in Nederland voor mij qua hoogtemeters. Ik had dus echt zo’n gevoel van binnenlopen, ik kon het station al ruiken. En ik wist dat daar eten zou zijn: de Burger King was gewoon open.

Eenmaal in het laatste park (Sonsbeek) viel er dan ook een pak van mijn schouders. De revanche was gelukt, ik had de afstand dit keer zonder noemenswaardige problemen gehaald! Dat laatste stukje zou ik gewoon uitlopen, zelfs kruipend was dat nog wel te doen. Wat een verschil met een jaar eerder, toen ik na opwarming bij de scouting, vanwege de pijnlijke knie niet eens het laatste stukje tot het station kon wandelen…

Hoewel hiermee de DNF wat mij betreft is rechtgezet, zou ik de trekking in een normale wedstrijdsetting zeker nog wel een keer willen doen. Samen maakt het anders. Zwaarder qua voeding, maar het betekent ook dat je meer gaat focussen op tijd. En natuurlijk mis ik nog steeds het certificaat en de medaille die bij het voltooien van de route horen.

Voeding: hyper versus hypo

Qua voeding heb ik beide dagen in den beginne redelijk gelijk aangepakt. Toch pakte het heel anders uit. De eerste dag schoten de bloedsuikers omhoog en gingen de eerste uren niet naar beneden met alle gevolgen van dien. De tweede dag, ging het juist snel naar beneden. Dat laatste effect, continu lage bloedsuikers, heb ik overigens ook vaak op een gewone rustdag na een lange duurloop. Omdat het beide keren zo anders uitpakte, zal ik dit keer niet echt diep op de voeding ingaan.

Betadine deel drie

Vreemd genoeg heb ik bij de meeste loopvakanties toch iets van ontsmettingsmiddel nodig. Dit keer was het geen val met open wond,maar een gigantische blaar onder de nagel van mijn grote teen. Het kwaad was eigenlijk al geschied voordat ik vertrok naar de Veluwe. Ergens had ik mijn teen gestoten en die was al pijnlijk voor ik nog maar een kilometer had gelopen.

Op dag een ging het allemaal nog best. Op dag twee kon ik mijn net iets kleinere Superior 4.5 (scheelt een halve maat) niet inkomen doordat de teen zo dik was. En aan het eind, bleek de nagel omhooggeduwd door een enorme blaar. De nagelriemen leken wel van krimpfolie… Uiteraard heb ik de blaar een paar keer leeg laten lopen, maar het is lastig omdat hij helemaal onder de nagel zit. En het vocht was lichtgeel, wat op ontsteking duidt. Dat werd op dag drie dus 9,99 km wandelen om betadine te halen in het dichstbijgelegen dorp…

2 antwoorden op “Revanche: self supported Veluwe Wintertrekking”

  1. Leuk leesvoer.
    Goed om te weten dat zelf regelen van slaapplaats misschien wel zo zijn voordelen heeft. Mede n.a.v. je opmerking over je jas, heb ik er vandaag eentje besteld. Handig zo’n stukje.
    Hoeveel liter is je rugzak voor deze tweedaagse?
    Heb je die foto’s van jezelf (op afstand) met een timer gemaakt?
    Succes met je volgende avontuur.

    1. Goed om te horen dat je het graag leest. En dat het inspireert.
      Ik neem nu een vrij standaard Salomon Adv Skin 12 mee (12l). Dat is op zich voldoende, tenzij je veel extra kleding mee wilt nemen. Daarom kijk ik nu ook naar een XA 25 die net wat groter is en waarmee je echt fastpacking kunt gaan doen.
      Als camera gebruik ik een gopro 8 met shorty. Die past voor in het vest en kun je makkelijk ergens neerzetten. Met timelapse of videomodus kun je vervolgens vrij gemakkelijk foto’s maken.

Reacties zijn gesloten.