Deventer-Arnhem: lopen tussen de beessies

Van station naar station in een rustig tempo. 54 km over dijken en heide, waarbij de nodige obstakels moesten worden overwonnen. Ook zonder snelheid is er genoeg uitdaging.

Na de mislukte Brabantse Ultra Trail, waarin ik op snelheid in plaats van de omgeving focuste, was het weer tijd voor een rustig loopje. Het liefst zou ik natuurlijk weer een deeltje van het Maas-Niederrheinpad afleggen, maar dat is geen goed idee vanwege de recente overstromingen in dat gebied en de ongunstige ligging aan en over de Duitse grens. Maar een bij voorkeur kant-en-klaar tochtje van station naar station leek me wel een goed idee. En zoals dat gaat, leiden bijna alle wegen dan naar Arnhem… daar heb je veel stations en het ligt redelijk in het centrum van ons land. Een van de NS MST trails die ik nog niet had gedaan was die van Deventer naar Arnhem, ruim 50 kilometer buitenspelen.

Boekenstad

Eigenlijk ken ik Deventer nauwelijks. Lang geleden woonde mijn broer er en ben ik er wel eens geweest met de jaarlijkse boekenmarkt, waarschijnlijk de grootste boekenmarkt van Nederland. Een leuk oud stadje, meer ook niet. Maar deze tocht laat je veel meer kennismaken met het bijzondere gebied rond Deventer.

Al na een ruim kilometertje liet ik de historische binnenstad achter me en stak ik via de Wilhelminabrug de IJssel over. Een brug met een roerige geschiedenis. 2 jaar na de voltooiing hebben de Duitsers hem bij hun aftocht opgeblazen… en vervolgens is hij in 1948 weer herbouwd. Nu leidt hij echter naar rustiger paden.

Het eerste stuk van de route loopt gelijk op met het Marskramerpad (LAW 3). Over een erg mooie, nette groene dijk die midden in het landschap lijkt te liggen en die rond het dorpje Wilp kronkelt, vrij letterlijk met hele vloeiende vormen. Is dit dan een dijk uit vervlogen tijden? Nee, dat niet. Wilp ligt dan wel zo’n 2 kilometer van de IJssel, maar als het water op zijn hoogst staat, kan het water tot deze bandijk komen te staan. In theorie is die vervolgens hoog genoeg om zelfs bij de allerhoogste waterstand overstroming te voorkomen.

Dichtgegroeid

Bijna liep ik eraan voorbij, terwijl het toch wel een van de hoogtepunten was van de route. De ‘schuur’, eigenlijk een oude korenmolen, viel me eigenlijk alleen op omdat er een schildje bij was bevestigd. En toen ik wat beter keek, bleek het een heel bijzonder kunstwerk voor liefhebbers van apocalyptische kunst. De natuur had namelijk de ruimte teruggeclaimd. En niet liefelijk, nee met organische boomvormen die wel haast levend leken. Van toevallig terugwinnen lijkt hier geen sprake, al weet ik niet of Henrique Oliveira daar ook zo over dacht bij het ontwerp.

Helaas pakte de natuur even verder ook het pad terug aan de slootkant van een weiland. Waar de dijk zo netjes gemillimeterd gras had dat het wel een golfbaan leek, tierden de brandnetels en grashalmen hier welig. Op een gegeven moment was het zelfs zo erg dat ik mijn Raidlight Transition Pants maar aan deed om niet volledig kapotgeprikt te worden door de netels.

Enkele tientallen meters verder kwam echter het volgende probleem: ik moest het water over. Maar de kant was vrijwel overal dichtgegroeid, en in het onpeilbare watertje stonden rietstengels van 2 m lengte. Een extreem steil stuk betonwand leek het enige dat direct naar de overkant kon leiden. Maar dat was niet slim: het stroompje was te smal om uit te rollen en de wand te steil, hoog en glad om rustig naar beneden te lopen op de griploze Superiors.

Ik heb daar echt wel 20 minuten staan twijfelen wat ik moest doen. Tot ik door nog hogere brandnetels heen ging en een optie aan de zijkant spotte. Nog steeds glad beton, maar er was zacht hooi onder en een paar meter om te tuimelen bij het vallen. Die had ik ook nodig… de Superiors lieten zich weer van hun slechtste kant zien op het natte beton waardoor ik na een halve stap al pijlsnel de afgrond in suisde.

Een eerste ijsje

Het begin van mijn loop verliep wat anders dan normaal. In de trein had ik steeds last van hypo’s, ook bij het start van de trail waren de bloedsuikers nog vrij laag. Maar blijkbaar zat er iets niet helemaal lekker in de verwerking van het eten, want de bloedsuiker stegen gestaag in de eerste kilometers. Het voordeel was dat ik de eerste uren eigenlijk niet hoefde te eten.

Het nadeel kwam toen ik na een kilometertje of 20 erachter kwam dat ik eigenlijk toch wel naar de wc moest… (niet gedaan op het kleine station van Deventer en dat eten zat blijkbaar iets in de weg). Gelukkig was ik toen ongeveer bij Klarenbeek. Daar waren wel wat eetgelegenheden open op zondag. En zo zat ik al snel aan een de luxe ijsje, eigenlijk een toetje, met al te hoge bloedsuiker (rond de 11 mmol/l op dat moment). Ik waagde het er toch maar op, besloot niet te gaan voor een kleine correctie, en gelukkig bleek dat een juiste inschatting. In plaats van stijgen, daalde de bloedsuiker na de stop weer langzaam.

Het stuk na Klarenbeek vond ik eigenlijk het saaiste deel van de loop. Er waren maar weinig kleine paadjes en een deel ging over vrij brede paden. Ook leek de route soms naar niet-bestaande paden te wijzen. Om het af te maken liep ik steeds een stukje op met een groep paardenmeisjes die mijn pad een paar keer kruisten. Het ene moment ging ik in een zijpaadje en moest ik op ze wachten, het volgende moment liepen ze weer voor me en moest ik tempo terugnemen omdat de paarden langzamer gingen.

En een tweede ijsje

‘Onderweg kom je geen vaste plekken tegen voor eten en drinken’, stond er nog wel bij de routebeschrijving. Nou, dat viel wel mee. In Klarenbeek hoef je maar een klein stuk van het pad, en in Loenen loop je eigenlijk recht in de val langs een parkeerterrein met ijs- en loempiatent. Die er overigens deels ook in de winter staan, weet ik van eerdere keren in het gebied. Zodoende liep ik met een softijsje met nootjes langs de Loener watervallen. Altijd leuk.

In eerste instantie dacht ik even dat ik nu weer een deel van de route van de Veluwe Wintertrekking dag 2 zou krijgen. Maar dat was gelukkig niet zo. In plaats van naar de heide en het Deelerwoud, ging de route rechtdoor richting Arnhem over de Veluwezoom.

Bijna had ik me dit weekend ingeschreven om de 50 km Posbanktrail te doen vanwege wildgarantie bij het vroege vertrek. Ik had altijd al een wild zwijn willen zien, maar zelfs ik moest toegeven dat het onhaalbaar was qua tijdsplanning. In dat geval had ik iemand op vrijdag teleur moeten stellen door vroeg naar een overnachtingsadres te gaan. Dat ik rond een uur of vier ’s middags plotseling oog in oog stond met mama zwijn en een paar kleintjes (op de foto verborgen in de begroeiing) was dan ook echt een cadeautje. Met het koddige staartje fier achteruit ging de familie ervandoor.

Wilde dieren

De route door de Veluwezoom was hier duidelijk ook gekozen met oog voor rustige routes. Wandelaars kwam ik er vrijwel niet tegen. De paden waren overgroeid en leken nauwelijks gebruikt. Op een pad moest ik zelfs bijna hordelopen vanwege alle takken en omgevallen bomen.

Dat ik niet de meest heldhaftige trailloper ben, is misschien wel bekend. Na paadjes als deze met hoog gras (en door de rust ideaal voor herten en dergelijke) check ik altijd mijn benen. Het kost je een paar minuten, maar dat kan zeker lonen. Ik haalde een stuk of 4 kleine teekjes weg voordat ze zich konden nestelen. Vooral op plekken waar veel wilde dieren langskomen, is de kans groot om er een mee te pakken.

Mijn bravoure werd direct daarna op de heide weer op proef gesteld. Een erg ‘enthousiaste’ stier stond midden op het pad. Ik zag hem al van verre, maar meestal kom je er wel redelijk rustig langs. Niet in dit geval, zijn enthousiasme slonk terwijl ik naderbij kwam en hij begon plots met zijn hoef te schrapen. Toen ik de koe aan de andere kant van het pad zag liggen, begreep ik dat ik beter eieren voor mijn geld kon kiezen. Gelukkig was het maar een kilometertje om volgens het horloge.

Al met al had ik mijn doel van een heel rustig loopje door deze interventies en de ijsjes behoorlijk waargemaakt. Inmiddels was ik al een stuk langer onderweg dan gedacht toen ik eenmaal de parken van Arnhem voor de zoveelste keer binnenliep. Maar ach, wat geeft dat, als je mag lopen in de prachtige natuur?