DNF: 100 km Brabantse Ultra Trail

Foto: Chris van Beem
Foto: Chris van Beem

Vol goede moed begon ik aan de BUT100 in Leende, maar het heeft niet zo mogen zijn. Een reconstructie van 63 km hardlopen door bos en heide.

Af en toe moet je eens jezelf uit je comfortzone halen, even heel anders gaan lopen dan je normaalgesproken zou doen en de loopveren een beetje opschudden. Ik weet niet meer uit welke podcast ik het idee heb gehaald, maar het was misschien wel echt wat ik nodig had.

Het klinkt misschien heel flauw, maar na 1,5 jaar coronatijd met maandelijks een aantal lange trails, leek het allemaal wat te gemakkelijk te gaan. Op de tijdelijke teruggang na de vaccinatie na, maar dat was verklaarbaar. Of ik een 40-50 km uitloop is niet eens echt een vraag vooraf. En op de momenten dat het even tegenzit, pas ik er wel een mouw aan om mezelf op te pitten. Een beetje spelen, beestjes kijken, foto’s maken of een terras opzoeken. Dan wordt het nooit echt te zwaar. Maar het is misschien wel de makkelijke weg (zoals Barry van Oven the day after ook terecht opmerkte).

Ziedaar mijn reden om me in te schrijven voor de Brabantse Ultra Trail (BUT100) in Leende: 100 km in maximaal 14 uur. Theoretisch gezien zou het hard aanpoten, maar mogelijk zijn: de 90 km van de Indian Summer Ultra liep ik immers in 14,5 uur. En dat was iets zwaarder: volledig self supported met een gigantische lading drinken en noodspullen bij me. Want ja, geen supermarkten langs de route en de horeca was dicht (openbare kranen waren er ook niet), plus bij een probleem moet je een tijdje doorlopen om een weg te vinden. Daarnaast had ik bij die loop veel problemen met de bloedsuikers en maakte ik best wel een aantal foto’s, wat ook tijd kost.

Het voordeel van Leende was dan weer dat de omgeving in januari (een van mijn laatste races voor corona) redelijk eentonig was, wat weinig afleiding betekent voor deze ADD-er en dus minder tijdverlies. De route was net als bij de Indian Summer behoorlijk vlak, maar denk ik net iets toegankelijker (minder nat en meer brede paden). Naar de noordhelft, die niet in de eerdere trail zat, was ik wel erg benieuwd en dat geeft ook een beetje extra wil om na de eerste helft door te lopen. Alles in overweging nemende, zou een 100 km in 14 uur wel te doen moeten zijn. Zeker na een min of meer geslaagde poging om eens een marathonnetje met dezelfde strategie te lopen: dus zonder camera en andere afleidingen (spoiler, vanwege de warmte die dag, ging ik toch nat in de Zevenhuizerplas).

Stalking

Lekker incognito zat ik op het terras bij hotel De Jagershorst. Incognito, want niemand herkende me vanwege mijn inmiddels wat langere haardos, zo bleek meerdere malen tijdens de dagen rond de trail. Jammergenoeg voor Chris van Beem waren zijn lange krullen wat bekender, dus stalkte ik hem vlak voor het eten om vast mijn startnummer te verkrijgen. Hij vertelde dat het een mooi klein deelnemersveld zou worden. De 14 uur voor deze trail was wel een beetje nattevingerwerk geweest, zelf liep hij hem in 11 uur (en Chris is vrij snel), en dat bracht enige twijfel bij mij. Maar gelukkig zou een klein beetje uitlopen niet als halsmisdaad worden gezien.

Tijdens de loop zouden we overigens ook gestalkt worden: iedereen kreeg een eigen tracker mee, zodat live was te volgen waar je uithing. Zelf vind ik dat minder prettig: nadien de gegevens tonen heb ik geen problemen mee, alleen soms heb ik gewoon een dipje en dan is met rust laten vaak de beste optie; ook in verband met het niet kunnen intomen van emoties tijdens hypo’s overigens (een van de symptomen van een hypo zelfs). Helaas heb ik ook slechte ervaringen gehad in het verleden. Als ik op een normaal tempo vertrek en een hypo krijg, dan komen er van de achterliggers soms lullige opmerkingen als je moet stoppen of wandelen. Dat is vooral op races met een groot aandeel weglopers. Trailers – zeker op de lange afstanden – vragen vaak of het goed gaat en lopen verder bij bevestiging; op een route van deze lengte vormen zij gelukkig bijna het gehele veld.

Toch ben ik zeker niet tegen trackers, het kan heel handig zijn voor de wedstrijdleiding om te zien of alles goed gaat en om snel in actie te komen als er problemen zijn. Het is immers een groot gebied om delirisch door te dwalen. Dus van die kant gaf het juist wel wat rust.

Wat ook hielp om in de sfeer te komen, was het superenthousiasme van Chris. Dit was de eerste keer dat de BUT100 echt zou gaan gebeuren. Hij was trots op de medailles (en deelnemers) en deed er alles aan om er voor ons te zijn. Tot het aanbod voor speciaal voedsel op de posten voor mij als dat nodig zou zijn. Top.

Rustig starten

Om 7 uur ’s ochtends was het tijd om te vertrekken. Het idee was om rustig te starten, maar niet te rustig. Het doel was om de eerste verzorgingsposten toch een redelijke tijdvoorsprong op te bouwen terwijl ik nog fris was. Gelukkig zou de temperatuur – niet de luchtvochtigheid – met 24-25 °C meezitten volgens het weerbericht. Een heel groot verval in de middag zou dus niet hoeven optreden.

Toen ik Barry van Oven zag, leek dat me de ideale kandidaat om me die eerste kilometers op een redelijke snelheid te krijgen. Dus haakte ik achter hem en Jantine aan. Op die manier lukte het best goed op de automatische piloot te lopen. Erg veel van de omgeving heb ik daarbij misschien niet opgenomen, maar dat was dit keer misschien ook wel een beetje de bedoeling. De eerste kilometer lag het tempo ook rustig rond de 7.15 minuut per kilometer, maar dat ging ongemerkt over naar ongeveer 6.09-6.19 min/km. Tot ik het na een 7-8 km iets te snel begon te vinden en langzaam afzakte.

Op een klein beetje benauwdheid na, liepen de eerste 18 km eigenlijk behoorlijk lekker. Volgens mij had dat vooral met mijn bloedsuikers te maken. Die waren de eerste tijd eigenlijk veel te hoog, al ging ik ervan uit dat ze door de aanwezige insuline wel snel konden dalen. Maar dat gebeurde niet. Bij de eerste verzorgingspost (binnen 2 uur), gaf de Libre nog steeds 15 mmol/l aan. Ik besloot toch 2 dropjes en een beetje cola te nemen, want ik vermoedde dat hij een stukje achterliep.

Neerwaarts

Nog geen 2 km later voelde ik me behoorlijk futloos. Volgens de Libre was ik nog steeds redelijk hoog. Maar de daling was wel heel snel. Zouden die dropjes een kick hebben gegeven waardoor ik weer begon te dalen? was de eerste lading Ucan nu zo’n beetje uitgewerkt? Ik weet het niet, maar het maakte wel dat ik niet lekker meer liep. Weg souplesse, weg snelheid. Twijfels en even later ook op de Libre een hypo (die zie je in bovenstaande grafiek niet terug: hele korte pieken/dalen worden later ‘platgeslagen’).

Ondertussen kreeg ik wel weer meer van de omgeving mee. Gek waar je dan meer tijd voor hebt. Ik zag de omgeving echt in een heel ander licht dan tijdens januari 2020. Nu bloeiden er op sommige plekken veel bloemen, lagen de vennen er mooi bij tussen de gouden halmen en rode moerasplantjes (bij gebrek aan een betere naam). Waarom ik het toen als een wat saaier gebied zag, weet ik niet meer precies. Er zijn wel veel brede zandwegen, maar misschien was het vooral het jaargetijde en ietwat lage tempo destijds.

Maar terug naar het lopen. Dat bleef een tijd lang af en aan langzaam/snel. Echt hele snelle stukken zaten er hierna niet meer in. En langzamerhand kwamen steeds meer lopers mij voorbij op een moment dat ik zelf liever wat meer rust in mijn omgeving en hoofd had gehad; de meeste heb ik daarom maar voor laten gaan. De volgende verzorgingspost was nog ruim op tijd, maar dat kwam meer door het eerder opgebouwde voorschot.

Hoe verder

Om toch weer een beetje ritme op te bouwen, probeerde ik terug te gaan naar een schema 5 km lopen en een paar honderd meter wandelen. Muziekje erbij. Dat ging op zich nog wel redelijk, tot de stroperige zijkanten van een sloot ook daar korte metten mee maakten. Het werd inmiddels best wel een gevecht. En er kwam veel moeheid naar boven. Al wekenlang gaat het ’s nachts niet helemaal lekker qua bloedsuikers: het duikt of volledig door – met een piepend extreem laag alarm tot gevolg – of het gaat de exact andere kant uit. Weinig lijn in te ontdekken, maar beide gevallen zijn funest voor de slaap. Bijna elke nacht had ik haast wel een uitstapje voor insuline dan wel koolhydraten.

Toch bleef ik nog lang positief dat het tempo wel weer terug zou komen. De bloedsuikers tijdens de loop gingen eigenlijk uitstekend, dus er was geen reden voor deze terugval. Dat het tempo er even uit is, heb ik soms vaker: een slecht stukje in de eerste helft, betekent niet dat het ritme niet terug is te vinden in de tweede helft. De limieten waren nog steeds haalbaar, hoewel ik er wel steeds dichter bij kwam. Op zich leek het lijf ook niet erg verkrampt, dus als het mentale gedeelte weer mee kon werken…

Vlak bij de 50 km kwam ik voor de zoveelste keer Ilja en Edwin tegen. Ook Edwin had zijn eigen problemen gehad, maar leek toch een stuk makkelijker te lopen dan ik op dat punt. En ik moest nog eens 50. Toch wilde ik me niet helemaal gewonnen geven toen ik het halfwegpunt (hotel met dropbag) bereikte: er was nog altijd een minuut of 20 over en het lopen was niet ondraaglijk. Met Chris keek ik wel even snel naar alternatieven om de route in te korten. En als altijd had ik sowieso voldoen spullen bij me om – ook met een aantal gesloten verzorgingsposten – gewoon door te gaan.

Doorbraak

En dat was het begin van de tweede helft. Een heel ander landschap, langs een beek. Het weer schoot te hulp met gedonder in de verte, en lokaal slechts een kleine verfrissende regenbui. Wat me lang niet meer is gelukt – omdat het te gemakkelijk ging? – gebeurde nu wel. Emoties kwamen weer los en vermengden zich met de regen.

Het klinkt misschien als iets heel naars, verdriet dat bovenkomt. Of soms woede. Of andere donkere emoties die we vaak onderdrukken. Maar dat is het niet. Het betekent dat je dichter bij je natuur komt, dat je samenleeft met je gevoel in plaats van er onnodig tegen te strijden. En eigenlijk is het ook precies waarom ik waarschijnlijk aanwezig was in deze loop; een noodzaak.

Soms zorgt zo’n moment er ook voor dat ik plots opnieuw kan lopen, maar dat was nu helaas niet het geval. Door de lokale schietvereniging werd het ‘cadeautje’ bruut voortijdig weggerukt en kwam ik terug in de realiteit. Bij smalle modderpaden, langs de Tongelreep, waar ik werd begroet door de kikkers die van de natheid gebruikmaakten om hun gebied uit te breiden. Langzaam werd ik weer een met de wereld. En brak de vermoeidheid wederom in.

Ik liep even, stootte mijn teen (nog steeds niet helemaal genezen van de Wintertrekking), vloekte en ging weer wandelen. Het was me wel duidelijk dat die volgende post hem niet meer ging worden. En dan komt je protestantse jeugd boven: dat bijna hetzelfde als helemaal niet is, dat je dingen gewoon af moet maken. Maar voor wie? Uiteindelijk stuurde ik Chris maar een berichtje dat het hem niet meer ging worden en dat ik op de verzorgingspost terug wilde. Terwijl de regen over mijn scherm gutste en ik alles wel tien keer moest typen voor het er correct stond, spraken we af dat ik van daaruit met de auto mee terug kon.

Als het niet meer uitmaakt

Het is altijd wonderlijk hoe zo’n besluit je plots weer wat nieuwe energie geeft. Ik wilde de vrijwilligers niet te lang meer laten wachten en besloot er wat vaart achter te zetten. 37 km kon mijn brein niet meer behappen, 3 nog wel. En Wende (Heb ik dat nodig van haar cd Mens) sleepte me er op repeat doorheen:

Dans voor de liefde
Dans door het licht
Dans voor het kwaad dat je dansend achterlaat
Dans als de bruid om de deuren die je sluit
Voor de wegen die ons scheiden
Voor de kansen die we grijpen
Om te dansen door de nacht
En te dansen langs de zon
Dans met de dwaasheid
Zonder reden of waarom
Dans zonder ketens voor je leven zonder spijt
Dans want wie weet morgen wat er komt voor jou en mij

Dat hielp. En dan gaat het weer vol liefde. Lopend en dansend door de plassen. Niet inhouden, gewoon het lijf volgen, dat het blijkbaar met de beslissing eens was. En dat ervoor zorgde dat ik zonder spijt uit kon stappen.

En zo kwam ik bij het einde van mijn tocht, waar ik geweldig word opgevangen op de verzorgingspost door Chris’ dochter Lotte en haar vriend. Een stuk levendiger dan eerder, en door de vermoeidheid waarschijnlijk veel te spraakzaam voor een koppige Fries. Ik had wel een beetje met ze te doen dat ze daar zo lang in de kou moesten zitten. Na mij zou er niemand meer komen, ze wachtten enkel op mij. Voordeel: ik was daardoor lekker snel terug bij het hotel. Waar ik met een fuck you naar mijn protestantse wortels toch een van de medailles van de 50 km in ontvangst nam (Chris was er zo trots op). Iets dat ik normaal ook nooit zou doen. Immers DNF is DNF en ik deed de 100, niet de 50 of 63. Maar op een of andere manier voelde het nu wel goed.

Foto: Chris van Beem
Foto: Chris van Beem

Elk voordeel heb zijn nadeel, ik hoefde niet bang te zijn dat er geen eten meer zou komen. Het was pas iets over vier. Na een kort hazenslaapje kon ik dus gewoon aan het diner. Tijdens het eten viel ik een paar keer bijna in slaap wat wel betekende dat de beslissing juist was. Ook de krampjes in mijn benen deden dat vermoeden. Op mijn normale cruisesnelheid heb ik nooit een centje pijn, ben ik vrij immuun voor spierpijn. Maar blijkbaar had de strenge cutoff plus de vermoeidheid wel invloed gehad. Concluderend: iets anders doen is absoluut geslaagd, al verprutste ik de wedstrijd zelf. Het was goed om weer eens een uitdaging aan te gaan.

Foto’s

De volgende dag wilde ik nog even gebruikmaken van het natuurgebied. Kon ik direct nog wat foto’s maken van het noordelijke gedeelte. Want daar wil ik zeker nog een keer die gemiste lus lopen. Met de stijfheid in de benen (en de ingepakte koffer) koos ik ervoor om even te wandelen. Alles functioneerde nog, dus ik was niet te diep gegaan. En kon zo nog een mooie 16,5 km wandelen.

2 antwoorden op “DNF: 100 km Brabantse Ultra Trail”

  1. Ha Rutger,
    Mooi om je ervaringen en gevoelens in de loop van de dag te kunnen volgen.
    Jammer dat het je niet gelukt was om hem uit te lopen (ook voor mijzelf, ik dacht dat ik eens een keer niet als laatste binnen zou komen maar helaas!). .

    Net als jou was ik ontroerd door de geweldige steun van Chris die de voorlaatste post bemande tot drie kwartier na de cut-off tijd om te checken of ik nog door wilde en me aan te moedigen ❤️.
    Dit was ook mijn eerste 100 km trail, het is me met veel moeite gelukt om hem uit te loop dus echt tevreden was ik er niet over. Ergens in de toekomst ga ik voor een herkansing dus komen we elkaar misschien een keer tegen.

    1. Hoi Dave,

      Niet te hard voor jezelf zijn qua uitlopen, de cutoff was ook echt vrij pittig. En voor een eerste honderd heb je het wel netjes uitgelopen. Plus natuurlijk de ervaring opgedaan om het een volgende keer beter te kunnen doen. Ik was graag als laatste geëindigd hier. Maar die herkansing gaat er nog wel een keer komen.

Reacties zijn gesloten.